
INLEIDING
Ruim veertig bewaard gebleven menukaarten van de familie Nord Thomson uit de periode 1904 – 1939 waren de aanleiding om deze nader te bestuderen en te bundelen.
Na de menukaarten eerst te hebben vertaald uit het Frans, bleek de achterzijde van de kaarten, waarop de handtekeningen van de aanwezigen bij deze diners, een interessant kijkje te geven in het leven van Joseph en Mietje Nord Thomson in Amsterdam.

Joseph Philip Nord Thomson

Mietje Nord Thomson-Goudsmit
Er zijn familiefoto’s van diners bewaard gebleven, maar ook foto’s van diners in de werksfeer.
De diners vonden thuis in de Van Eeghenstraat 72 plaats en op prachtige locaties in Amsterdam.
Er werd veelvuldig gedineerd en gefeest. Ook in kranten werd verslag gedaan van evenementen die door de Nord Thomson’s werden georganiseerd of waar zij bij aanwezig waren.

Van Eeghenstraat 72, Amsterdam
Deze menukaarten zijn door de jongste dochter van Joseph en Mietje, onze grootmoeder Nelly, bewaard en vervolgens door haar zoon Jan van den Bosch weer aan ons, de kleinkinderen, doorgegeven.
Nelly heeft op hoge leeftijd herinneringen aan haar jeugd in een aantal schriften opgeschreven. Uit deze schriften en archiefmateriaal, zoals fotoalbums, komt een beeld van het leven van Joseph en Mietje en hun kinderen Emilie, Gustaaf en Nelly naar voren.

Voorbeeld van een menu
Aan de hand van advertenties, aangiftes van geboorte en overlijden, artikelen, stadsfoto’s, de schriften en archiefmateriaal van Nelly is dit verhaal over de familie Nord (Thomson)-Goudsmit samengesteld. Het Stadsarchief, Dutch Jewry, Delpher en My Heritage waren daarbij geweldige hulpbronnen.
Zo is er een boekje bewaard gebleven Motor Trips waarin nauwkeurig alle autoritten van 1905 – 1913 zijn beschreven en wie er mee ging. De eerste rit is een 8-daagse reis naar Parijs in 1905.

Foto van de familie Nord Thomson
Om ook een stadsbeeld te krijgen uit die tijd te krijgen heb ik gezocht naar foto’s van de plekken waar de familie woonde. Deze komen zeker niet altijd overeen met het tijdstip dat men er woonden, maar geven een impressie van de woonplekken.
De foto bij de laatste woonplaats van Jacob Milchman van Norden laat de Sint Anthoniebreestraat zien. In 1806 was er nog geen fotografie, de foto dateert dan ook van later. Leuk detail is dat er een muurreclame op staat van Thomson’s Pudding waar Joseph Nord Thomson succesvol in handelde.
Op één van de oudst bekende foto’s van Amsterdam uit 1857 staat de kapperszaak van Henri Nord, de vader van Joseph, op het Rokin.

Voormalige tapperij van Jacob Nord – april 1930, Jodenbreestraat ter hoogte van de Markensteeg, nummer 79, vervaardiger: Swaager, Nico (1910 – 1983), collectie: Archief van de Gemeentelijke Dienst Volkshuisvesting en Rechtsvoorganger – glasnegatieven, bron: Stadsarchief Amsterdam.
De familie Nord gaat terug tot circa 1655. Vanaf Jacob Milchman van Norden, circa 1730, zijn er in het Stadsarchief van Amsterdam documenten. De informatie over zijn afstamming in Duitsland heb ik van een genealoog aldaar, de heer L. Cassens en een krantenpublicatie van Gretje Schreiber over ‘De bewoners van het Noorden’.
De familie Goudsmit gaat terug tot circa 1787.
Veel hulp kreeg en krijg ik van Mikel Orfanos. Ik kwam met hem in contact omdat hij de royementen in WOII bij kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiæ onderzoekt.
Dan is de Goudsmit familie-website van Eytan Lederer een enorme bron van informatie geweest samen met de verhalen van zijn in 2023 op 101-jarige leeftijd overleden moeder Ini.
De Cultuuratlas van Amsterdam Oud-Zuid van Michel Didier heb ik eveneens geraadpleegd.
Paul Gorter, kleinzoon van de schilder Arnold Marc Gorter, was zeer behulpzaam met zijn kennis en met het ontcijferen van wie bij de diners aanwezig waren. Hij schreef het boek A.M. Gorter, schilder van het Oost- Nederlands Landschap.

Lion Goudsmit, vervaardiger: Atelier J. Merkelbach, collectie: Atelier J. Merkelbach, bron: Stadsarchief Amsterdam.
De gehele stamboom is op de familiesite van My Heritage te vinden.
Dan is er nog een doos bewaard gebleven met honderden briefkaarten, de familie communiceerde dagelijks op deze manier. Maar dat is voor een volgend project…
Dit verhaal is opgetekend met de kennis die ik nu heb en met mijn interpretatie, die ik weliswaar zo zorgvuldig mogelijk heb gedaan, maar die natuurlijk omissies en onjuistheden kan bevatten.
2025, Nelleke van den Bosch

Gustaaf Henri Eugène Nord Thomson
AFSTAMMING NORD (THOMSON) & GOUDSMIT
-
Jacob Isaack
Norden, Duitsland
±1656 -
‘Isaac Jacobszoon’
±1700 -
Jacob Isaac (Ben) Milchman van Norden
1726 – 1806, 80 jaar of 1733 – 1806, 73 jaar
&
Reijna Wans
1733 – 1800? -
Hartog Hirts Jacob Milchman Nord
1762 – 1825, 63 jaar
&
Betje Philip (Mozes) van Lier
1767 – 1827, 60 jaar -
Philip Hartog Nord
1796/1880 – 1829, 29 jaar
&
Eva Joël Graveur
1797 – 1873, 76 jaar -
Hartog Philip Nord
1824 – 1891, 66 jaar
&
Roosje Zacharias de Boer
1826 – 1906, 80 jaar -
Joseph Philip Nord (Thomson)
1859 – 1942, 82 jaar
&
Mietje(n) Goudsmit
1861 – 1941, 79 jaar
-
Emanuel Menachem Solomon
… – 1787?
&
Esther Levie -
Levie Emanuel Goudsmit
1750 – 1817, 67 jaar
&
Magdalena Abrahams
1764 – 1846, 82 jaar -
Aron Levie Goudsmit
1797 – 1859, 62 jaar
&
Henriëtte van Raalte
1798 – 1870, 71 jaar -
Hartog Aron Goudsmit
1826 – 1886, 60 jaar
&
Kaatje Drilsma
1826 – 1866, 40 jaar -
Mietje(n) Goudsmit
1861 – 1941, 79 jaar
&
Joseph Philip Nord (Thomson)
1859 – 1942, 82 jaar

Joseph Philip Nord Thomson
TERUG IN DE GESCHIEDENIS VAN DE FAMILIE GOUDSMIT
EMANUEL SALOMON
Emanuel was getrouwd met Esther Levie, waarmee hij in Rijssen (Overijssel) in 1749 zoon Levie kreeg. Hij was vermoedelijk textielkoopman, maar in een document werd ook melding gemaakt over het verkopen in 1750 van een koe met kalf. Emanuel overleed waarschijnlijk jong, want Esther hertrouwde en kreeg nog een zoon Salomon David. Levie en zijn halfbroer Salomon kregen in 1789 in Rijssen burgerrechten.0152
LEVIE EMANUEL
Levie was koopman. In 1792 verscheen hij met zijn halfbroer Salomon voor de magistraat in Rijssen met het verzoek of hun gezamenlijke zaak kon worden ontbonden omdat Salomon ging trouwen en van plan was naar Almelo te verhuizen. Later zou Levie hem volgen en ook naar Almelo verhuizen.
In 1802 verhuisde Levie, 53 jaar oud, met zijn vrouw, dochter van een slager, Magdalena Abrahams en hun vijf kinderen naar de Menstraat in Deventer, alwaar hij koopman in textiel en fabrikant in leer en ploten (schapenvellen) was.
De familie maakte deel uit van de eerste joodse gemeente in Deventer. In 1796 werden Joden voor de wet gelijkgesteld met andere burgers onder invloed van de Franse Revolutie, “vrijheid, gelijkheid en broederschap”. Korte tijd later begon men met de bouw van de eerste echte synagoge in de Roggestraat 3 (nu het Etty Hillesum Centrum)0013. Levie was vanaf het begin betrokken bij de synagoge die werd ingewijd in 1809. In datzelfde jaar vertegenwoordigden Levie en leden van zijn schoonfamilie Van Raalte de joodse gemeente bij het bezoek in van Koning Lodewijk Napoleon aan Deventer.
Hij werd benoemd tot lid van de Parnasiem, de joodse kerkenraad. Levie Emanuel ondertekende documenten met zijn initialen omdat hij niet kon schrijven.

0013. Roggestraat 3, “Oude Pesthuis”, 15e eeuw., 01-01-1969 – 31-12-1969, collectie: Collectie Surink, adres: Roggestraat 3, Deventer, vervaardiger: Surink, W., album: Deventer 7-65, bron: Collectie Overijssel locatie Deventer.
De naam Goudsmit werd voor het eerst geregistreerd in Deventer in 1812 door Levie Emanuel.
Bij de dood van Levie op in 1817 op 68-jarige leeftijd plaatste zijn vrouw Magdalena deze advertentie:
Transcriptie: Heden avond ruim 8 uren, trof mij en mijne vijf, waarvan twee Gehuwde en drie Ongehuwde, Kinderen de bitterste slag van onzes levens! Mijn waarde Echtgenoot L. Goudsmit, waarmede ik ruim 30 jaren in eene zeer gelukkige Echtverbintenis mogt leven, die wel is waar reeds lange Jaren aan Rhumatieke pijnen, schoon het aan zijn gelaat niet aan te zien was, gelaboreerd heeft, terwijl hij van tijd tot tijd weder daarvan herstelde, wierd heden, weder, na dat hij ’s morgens nog eene wandeling deed, daarvan aangetast, en op het alleronverwagst zoo hevig, dat hij daar onder moest bezwijken, in de ouderdom van 67 jaren. Een ieder die hem gekend heeft zal gevoelen, hoe grievend deze slag voor mij en mijne Kinderen is, daar ik aan hem een braven Man en mijne Kinderen een zeer zorgdragenden Vader verliezen. Ik geef door dezen van ons smartelijk verlies kennis aan Vrienden en Bekenden, terwijl ik mij hunne deelneming, ook zonder Condoleance-Brieven, verzekerd houde 0000.
0000. Roggestraat 3, “Oude Pesthuis”, 15e eeuw., 01-01-1969 – 31-12-1969, collectie: Collectie Surink, adres: Roggestraat 3, Deventer, vervaardiger: Surink, W., album: Deventer 7-65, bron: Collectie
ARON GOUDSMIT
Aron, geboren in Almelo, groeide vanaf zijnde vijfde jaar op in Deventer.
Na de dood van vader Levie in 1817 werd de zaak voortgezet door hem, Aron (30 jaar) en broer Salomon (20 jaar), als Firma Weduwe Goudsmit & Zonen. In 1840 ging de zaak failliet.
Aron was tevens leraar en trad in de voetsporen van zijn vader als voorzitter van de joodse gemeente, en werd daarbij ook voorzanger. Hij werd als een vrome man beschreven in de advertentie die zijn vrouw plaatste bij zijn overlijden. Zij noemde hun gelukkige huwelijk van 38 jaar. 0145
Aron kreeg met zijn nicht Henriëtte van Raalte (hun moeders waren zussen) tien kinderen, waarvan er zeven in leven bleven. Hun tweede zoon was Hartog.
Transcriptie: (15373) Heden overleed in 63 jarigen ouderdom, mijn hartelijk beminde Echtgenoot, de Heer A.L. GOUDSMIT, na eene gelukkige echtverbindtenis van 38 jaren. Allen, die het edele karakter en den vromen levenswandel van den overledene hebben gekend zullen beseffen, wat ik en mijne zeven kinderen in hem hebben verloren. De godsdienst, die hem op zijne moeilijke levensbaan steeds tot leidster diende, zal, naar ik hoop, ook mij vertroosting schenken.
—Henriëtte Goudsmit (geb. Van Raalte)
Mede uit naam mijner Kinderen en Behuwd-kinderen.
Deventer, 2 Dec. 1859 0145
0145. Overlijdensbericht A.L. Goudsmit, Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad, datum: 07-12-1859, editie: dag, plaats van uitgave: Amsterdam, herkomst: Koninklijke Bibliotheek, nummer: 338, jaargang: 3, toegevoegd in Delpher: 13-04-2016, bron: Delpher.
HARTOG GOUDSMIT
Hartog0001 kreeg met Kaatje Drilsma ook 10 kinderen, waarvan er zeven in leven bleven. Kaatje overleed in het kraambed van het tiende kind. Hartog hertrouwde met Sibbeltje0002, de zus van Kaatje en kreeg daar nog een kind Kaatje mee, dat nog geen jaar oud werd.
Hartog had een manufacturen zaak in de Kleine Overstraat in Deventer. Geen groot zakenman volgens de overlevering, altijd geldzorgen en tijden van diep geloof maar soms ook twijfel.
Hartog was actief in de joodse gemeente. In de kerkenraad van de Joodse gemeente waren door vele conflicten en ruzies over o.a. stemrecht en bekwaamheid van de bestuurders. Met een groep van 30 leden scheidde Hartog zich af en werd in 1868 de Nieuw Israëlitische Gemeente te Deventer gesticht. In 1883 werden de gemeentes weer samengevoegd.
In 1884, Hartog is dan 58 jaar oud, verhuisde de hele familie naar Amsterdam, eerst naar de Muidergracht 2. Daar trof het gezin een arsenicum-vergiftiging, gelukkig zonder fatale afloop.0146
Een jaar later verhuisde men vlakbij naar de Nieuwe Keizersgracht 1A, op de hoek waar nu het Namenmonument staat0005. In Amsterdam werd faillissement aangevraagd0010 en ging de zaak verder als naai-atelier. Sibbeltje overleed in 1885, al een jaar na hun verhuizing naar Amsterdam in het huis op de Nieuwe Keizersgracht 1A. En Hartog overleed het jaar daarop in 1886 in het Oude Mannen- en Vrouwenhuis in de Nieuwe Kerkstraat 135, het oude gebouw van het Ned. Israëlitisch-Ziekenhuis.

0001. Hartog Goudsmit
MIETJE(N) GOUDSMIT
Mietje(n)0008 werd in Deventer geboren in 1861. Zij was vijf jaar oud toen haar moeder in het kraambed stierf. Zij werd liefdevol door de zus van haar moeder, Sibbeltje, opgevoed. Als middelste moest zij van haar vader Hartog: ‘de oudere kinderen gehoorzamen en de jongere kinderen toegeven. Dat beviel haar helemaal niet, haar reactie hierop: dan kan ik wel op de grond gaan liggen en over mij laten lopen’, laat iets van haar karakter op jonge leeftijd zien. Mietje(n) had duidelijk ambities en volgde de opleiding voor onderwijzeres, wat voor een meisje in die tijd vrij uitzonderlijk was. In 1881, 21 jaar oud, ging zij inwonen bij het hoofd van een school in Grootschermer en daar lesgeven. In 1884 kwam ze naar Amsterdam en ontmoette Joseph Philip Nord, waarschijnlijk via haar zus Jet die kort daarvoor met Jacques, broer van Joseph was getrouwd. Al een jaar later, in 1885, Mietje(n) is dan 23 jaar, trouwde zij met Joseph.


0008. Mietje(n) Goudsmit
ZUSSEN EN BROERS VAN MIETJE(N)
Eenmaal in Amsterdam vanaf 1884, eerst op de Muidergracht 2 en een jaar later op de Nieuwe Keizersgracht 1A, hadden de zussen Jet, Bets en Klaartje een atelier dames- en kindercostumes.0017
De zussen en broers bleven in Amsterdam wonen en in de buurt van elkaar in oud zuid.
Jet trouwde met Jacques Nord, zij kregen een dochter Betsy. Zie verder bij de familie Nord.
Bets, de oudste, trouwde met Lé(onard) Vos. Toen Lé Vos om de hand kwam vragen van Bets, zei vader Hartog: of het niet beter zou zijn als hij zus Jet trouwde, want als oudste is het niet prettig als een jongere zuster eerder trouwt.
Bets en Lé woonden in de Nicolaas Maesstraat 70 huis. Bij het overlijden van Bets in 1940 (toen woonachtig in de J.M. Coenenstraat 19 huis) werden er afzonderlijke advertenties gezet door de dochter van zus Jet en zus Klaartje. Niet door zus Mietje(n). Dit had misschien te maken met (hernieuwde) vetes. Lé Vos raakte eerst gebrouilleerd met de broers van Bets en Mietje(n), en was de hele familie kwaad op hem. Hij werd beschreven als een onmogelijk mens. Ook Mietje(n) en Joseph raakten in een conflict met hem. Door Nelly beschreven: toen Lé zich terugtrok uit zaken heeft Joseph hem aangeraden zijn kapitaal in huizen te steken, hetgeen hij deed. Joseph wijdde hem in hoe de panden te exploiteren. Hij kreeg dit zo goed onder de knie dat hij niet alleen kon studeren en zijn meester in de rechten halen, maar ook dat hij voor zijn broer Ber Vos en diens compagnon en partner Mati, wonende in Parijs, huizen in Amsterdam beheerde. De reden van het conflict is onbekend maar stelde Lé aan zijn broer Ber en Mati de eis dat zij de vriendschap met Mietje(n) en Joseph moesten verbreken. En dat hij anders hun huizen niet meer zou beheren. Mati weigerde zich onder druk te zetten. Besloten werd de huizen te verkopen.
Ber Vos en zijn partner Mati hadden een binnenhuis -architectuurzaak op Boulevard Haussmann. Zij hadden een zwart jongetje, groom genoemd, in dienst. Als er bezoeken werden afgelegd belde de groom aan met hun visitekaartje en het visitekaartje van de hond!
Klaartje, Ket genoemd, woonde een groot deel van haar leven in huis bij Mietje(n) en Joseph. In de Van Eeghenstraat deelde zij de kamer met de jongste dochter van Joseph en Mietje(n): Nelly.
Ket werkte ook in hun zaak, was betrokken bij de ontwikkeling, fabricage en marketing van de producten. Zie verder bij de fabriek.
Kat trouwde op latere leeftijd (55 jaar), maar dat huwelijk hield slechts zes jaar stand. Na haar scheiding ging zij bij haar zus Jet in de Alexander Boersstraat wonen. Haar laatste woonhuis was in de Van Breestraat 180A, waarvandaan zij op 80-jarige leeftijd werd gedeporteerd en in Sobibor vermoord. Voor haar is op 14 mei 2025 een Stolperstein geplaatst.
LION0171
Lion was getrouwd met zijn volle nicht (Joh)Anna Goudsmit0169. Lion begon in Amsterdam als winkelbediende en werd al spoedig fabrieksagent van een Duits bedrijf van behangselpapier. Vervolgens zelfstandig importeur en later partner en mede-eigenaar van behangfabriek Goudsmit-Hoff, een van de grootste behangfabrieken in die tijd.
In 1926 begon men behang te produceren naar ontwerp van Nederlandse kunstenaars. Zo werd Rie Cramer gevraagd om behang te ontwerpen voor de kinderkamers van Paleis Soestdijk.
In 1930 opende Lion een zaak in de Planciusstraat, maar moest al in 1934 naar een grotere bedrijfsruimte op de Distelweg 88 in Amsterdam Noord van maar liefst 5000m2.0148, 0149
Als medeoprichter, penningmeester en voorzitter heeft Lion zich ruim 25 jaar ingezet voor het herstellingsoord en zomerverblijf van het Amsterdamse Burgerweeshuis in Bergen aan Zee, nu het NIVON-Zeehuis.0168
Lion’s eerste vrouw Johanna was een suffragette. Samen met haar zus Harry (zie hieronder) waren zij baanbrekers van de vrouwenbeweging en het vrouwenkiesrecht. Johanna zat in het hoofdbestuur van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht en was ook internationaal actief. Zij vertegenwoordigde de Nederlandse afdeling in b.v. Boedapest en Stockholm (1911) samen met o.a. Aletta Jacobs. Hier op de foto met in het midden Aletta Jacobs en links zittend naast haar Johanna, met aan haar voeten haar dochter Lizzy en helemaal links Wilhelmina Drukker.0170
Na de dood van Johanna hertrouwde Lion met Jet Minkenhof. Beiden zijn in 1943 vanaf de Minervalaan 72 gedeporteerd naar Westerbork en in Auschwitz vermoord.
ARNOLD (NOL)
Nol was getrouwd met zijn volle nicht Debora (Debbie) Goudsmit, en ook nog een zus van Lion’s vrouw Johanna, Zij woonden in de Frans van Mierisstraat 130-3. Nol was hoofd van een lagere school en gaf thuis les MO Nederlandse literatuur. Nol had op eigen kracht Grieks en Latijn geleerd. Volgens een verhaal ontmoette hij op een bootreis naar Amerika om zijn zoon en familie te bezoeken in 1937 Rooms Katholieke geestelijke uit een of ander land met geen verstaanbare taal en hebben zij zich gezellig in het Latijn onderhouden.
Debbie was zeer muzikaal en werkte onder andere als zangonderwijzeres op de Pestalozzischool voor meisjes, Nassaukade 12. Debbie’s zus Henriëtte (Harry) Goudsmit0172 was daar hoofd van de school. Pestalozzi streefde ernaar het onderwijs meer toegankelijk te maken voor arme kinderen. Ook geloofde hij dat er in het onderwijs een balans moest zijn tussen ‘hoofd, handen en hart’ – denken, doen en voelen – en dat elk kind moest kunnen leren op basis van het eigen ontwikkelingsniveau.
Op latere leeftijd studeerde Debbie af op viool aan het Conservatorium.
Debbie overleed op 52 jarige leeftijd in 1930. De dood van hun dochter Elly een paar jaar later, student tandheelkunde, op 23 jarige leeftijd, heeft zij niet meegemaakt. Zoon Noldus werd vertrok in 1933 met zijn vrouw Hellen Minko, biologe en later arts, naar Amerika en had daar een zeer succesvolle carrier als internist en later als één van de eerste oncologen.

JACOB ISAACK
Jacob Isaack werd waarschijnlijk in ca. 1656 geboren. De naam Jacob Isaack komt als eerste voor in 1697. Jacob Isaack verstrekte op 21 juli 1697 een hypotheek aan Johan Cornelius voor een huis aan de Heringstraat 26 in het plaatsje Rott.
Blijkbaar was Johan Cornelius niet in staat zijn schulden te betalen en zo kwam dit huis in het bezit van Jacob Isaack. In 1714 woonde hij er, blijkens een document waarin Jacob Isaack als buurman van het pand Heringstraat 25 wordt genoemd.
In 1719 woonde hij op de Neuerweg 59, hij wordt dan als rijke jood beschreven. Het huis had een waarde 600 gulden, en gaat over op de vrouw en vervolgens de dochter.
In 1736, als 80-jarige woonde hij in Norden. Hij had in ieder geval een dochter, die gehuwd was met Isaac Seckels en een zoon, waarschijnlijk Isaac Jacobszoon geheten. In het Jodenregister van 27 maart 1736 van de stad Norden (Oost Friesland, nu Duitsland) werd melding gemaakt van een: Jacob Isaack, een decadente man van zo’n 80 jaar, samen met zijn schoonzoon Isaac Seckels.
ISAAC JACOBSZOON
Zijn geboortedatum zal omstreeks 1700 zijn geweest. Wanneer ‘Isaac Jacobszoon’ naar Amsterdam kwam is onbekend. Zijn zoon Jacob werd in Amsterdam geboren.
JACOB ISAAC MILCHMAN VAN NORDEN
Het geboortejaar van zijn zoon Jacob Isaac Milchman van Norden is niet precies vast te stellen (1726 of 1733), omdat de trouwakte een andere datum geeft dan de overlijdensakte in 18060084.
1733 lijkt het meest waarschijnlijk als geboortejaar, ook in een genealogisch overzicht wordt dit jaar genoemd, bovendien verwijst de leeftijd op de trouwakte naar 1733.
Aannemelijk is dat de toevoeging Milchman verwees naar zijn beroep, melkman.
In 1757, op 24-jarige leeftijd trouwde Jacob Isaac Milchman van Norden met Reijna Wans in Amsterdam, 24 jaar oud, op de trouwakte0011, 0012 staat vermeld dat zij jood zijn en op De Marken wonen.
De Marken was een Amsterdams wijkje,0006, 0006B een bebouwd voormalig eiland tussen Valkenburg en Uilenburg in, vanaf het einde van de zeventiende eeuw vooral bewoond door Asjkenazische joden, afkomstig uit oost- en midden Europa.
Jacob en Reijna kregen vier kinderen: Salomon, Hartog, Sara en Eliazer.
Op de overlijdingsakte in 1806 staat dat Jacob Isaac drie kinderen had, misschien de drie zoons bedoelend. Jacob woonde bij zijn overlijden in de (Joden)Breestraat.
Hun oudste zoon Salomon trouwde0179, 0180 in 1784 op 24-jarige leeftijd met 18-jarige Roosje Aron Abraham en zij woonden in de Jodenbreestraat. Deze straat was het kloppende hart van de jodenbuurt, ontstaan in ca. 1600.0099, 0100, 0101, 0102, 0102B
Bij dit huwelijk was de bruidsschat (bron: Dutch Jewry): de vader van de bruidegom neemt het op zich om het paar en hun uiteindelijke nakomelingen zijn hele leven te voeden; hij zal ook aan zijn zoon de bruidegom een kwart van zijn inkomsten en partnerschap geven na aftrek van de kosten;
Salomon en Roosje kregen vijf zonen. Salomon overleed op 42 jarige leeftijd, de jongste zoon is dan vijf jaar. Roosje overleed op 53-jarige leeftijd.
Een achterkleinkind van Salomon, Jacob Nord had in de jaren 1880 een tapperij in de Jodenbreestraat op de hoek van de Markensteeg.0103, 0104
Vader Jacob Isaac van Norden had blijkbaar, net als zijn grootvader, de beschikking over financiële middelen gezien de bruidsschat van zijn zoon Salomon en de bruidschat die meegaf bij het huwelijk van dochter Sara (bron: Dutch Jewry): Jacob ben (van) Isaac uit Norden, die fl. 525,- op de bruidsschat; hij neemt ook de verplichting op zich om het paar en hun nakomelingen gedurende 6 jaar na het huwelijk te huisvesten en te voeden; en als dit onmogelijk blijkt te zijn, dan zal de vader van de bruid het paar een van deze 6 jaar fl. 300,- voor voeding;
In 1790 woonde de familie in de (Joden)Breestraat. Vandaar uit trouwde de jongste zoon Eliazer op zijn 26ste met Judith Kalman die op de Joode Groenmarkt woonde.
Op bijgaande prent uit 1735 is de Joode Groenmarkt (nu Waterlooplein) te zien uitkijkend op de Houtgracht (nu gedempt) met rechts het Oudezijds Huiszittenhuis (nu de Academie van Bouwkunst), met daarnaast het Arsenaal.0158
HARTOG NORD
De tweede zoon van Jacob Isaac en Reina Wans, genaamd Hartog en zijn vrouw Betje van Lier namen in 1811 de naam Nord aan (in de periode 1811-1812 moest men officieel een familienaam aannemen). Zij woonden toen in de Markensteeg 80086, 0086B Als beroep staat koopman en winkelier vermeld.
Hartog en Betje kregen zeven kinderen, die allen in leven bleven, twee van hun zonen, Isaac (met zijn vrouw Rika Levie) en Salomon (met vrouw Hester Cohen), kwamen terecht in Groningen. Deze zonen kregen maar liefst respectievelijk vijftien en twaalf kinderen: Hartog, Joseph, Betje, Isaac, Bruintje (1), Henderientje, Flora, Bruintje (2), Philip, Naatje, Cato, Esther, Jakob, Jetje, Rebekka en Hartog, Samson, Philip, Meyer, Izak, Betje, Sara, Nathan, Mietje, Jacob, Rika, en Abraham.
Moeder Rika heeft vijftien kinderen gebaard en is 95 jaar geworden, moeder Hester heeft 12 kinderen gebaard en is 63 jaar geworden.
PHILIP HARTOG NORD
De tweede zoon Philip Hartog trouwde in 1822 met Eva Joël Graveur. Zij kregen drie kinderen, Hartog, Judith en Joël en zij woonden in de Sint Anthoniebreestraat 580007. De eerste foto laat deze straat vanaf de Zandstraat zien, de tweede foto0098, 0098A vanaf de Nieuwe Hoogstraat, met links nummer 70, in dit stuk straat links was nr. 58. De derde foto0087 toont het eerste stuk van de straat op de hoek met de Zandstraat, en met recht het De Pintohuis.
Philip was kapper en winkelier. Hij overleed thuis, pas 32 jaar oud. Op de aangifte van het overlijden is een verkeerde leeftijd genoteerd, hij was geen 29, maar 32. (bron: Dutch Jewry) en de trouwakte geven aan dat hij in 1796 werd geboren.
Zijn oudste zoon Hartog/Henri was vijf jaar toen zijn vader stierf. Dochter Judith overleed al op tweejarige leeftijd. Weduwe Eva bewoonde samen met haar jongste zoon Joël op meerdere adressen, zoals de Houtgracht en de Raamgracht, op deze adressen woonde ze bij haar zuster.
De jongste zoon Joël was koopman en trouwde met Catharina de Boot en zij kregen twee dochters en twee zonen. Hun zoon Andries werd in Sobibor vermoord.

0098. Sint Antoniesbreestraat met links de Zandstraat. Uitgave N.V. Luxe Papierwarenhandel v.h. Roukes en Erhart, Baarn, prentbriefkaart, Uitgeverij N.V. Luxe Papierwarenhandel v.h. Roukes & Erhart, Collectie Stadsarchief Amsterdam: prentbriefkaarten, PBKD00223000007.

0098A. Sint Antoniesbreestraat met links de Zandstraat en in het midden het poortje naar het voormalige kerkhof van de Zuiderkerk, Uitgave H.S. Speelman, Amsterdam, Collectie Stadsarchief Amsterdam: prentbriefkaarten, 1900 ca., PBKD00223000006.

0087. Sint Antoniesbreestraat 71-69 (v.r.n.l.) hoek Zandstraat, Collectie Stadsarchief Amsterdam: foto's, OSIM00003000336.
HARTOG/HENRI NORD
Hartog/Henri0003 werd ook kapper en trouwde in 1849 met Roosje Zacharias de Boer0004.
Roosje’s verre voorouders Elias Benjamin Charlevil en Marretje Marghalith Meijers, Amsterdammers, trouwden in 16930089 en woonden ook al in de Sint Anthoniebreestraat.
HARTOG/HENRI & ROOSJE0078, 0079
Hartog noemde zich Henri en ook zijn vermoedelijk eerste kapperszaak op het Rembrandtplein kreeg een Franse naam ‘Maison de la Renaissance’0015. Hij is dan 25 jaar. Later vestigde hij zich onder die naam op het Rokin 121, hoek met de Langebrugsteeg0014. Naast het kappen van dames en heren kon men er terecht voor toupetten, pruiken, vlechten, borstels en kammen, wassen en scheren, Franse- en Engelse parfums, tand-elixer en haarmiddelen zoals Eau de Quinine, maar ook de chromofactor voor een blos op de wang0019.
Henri was een ras marketeer, er werd volop geadverteerd, bijvoorbeeld voor knevels (snorren): zonder knevel geen vrouwenliefde, zonder knevel geen kus!0020.
Er kwam een tweede zaak bij op de Heiligeweg 180027.
Henri overleed thuis, 66 jaar oud, op de Vijzelstraat 66. Roosje stierf in 1906, 15 jaar na de dood van haar man in de Gereformeerde Ziekenverpleging, waarschijnlijk in de Ter Haarstraat.

0003. Hartog/Henri Nord

0004. Roosje Zacharias de Boer

0014. Rokin tijdens de bouw van de nieuwe Langebrug (brug nr. 198), Gezien naar de Langebrugsteeg en de huizen Rokin 121 en 123, dat in de steigers staat. In het midden de Grimnessesluis (vaste brug 202) en rechts daarvan Oude Turfmarkt B44-B45 met in het verschiet de Zuiderkerkstoren., Turner, Benjamin Brecknell, Collectie Stadsarchief Amsterdam: foto's, 17 mei 1857 t/m 3 juni 1857, OSIM00005001045.
Henri en Roosje kregen zes kinderen.
Vier zonen bleven in leven: Philip, Zacharias/Jacques, Julius en Joseph. Hun enige dochter Evelina overleed op zevenjarige leeftijd en hun jongste zoon Eduard met tien maanden.
Philip en de tweede zoon Jacques werden geboren op het Rokin 870081. De andere zonen op Rokin 121.

0081. Rokin 83-97. Gezicht op de Kalfsvelsteeg, Collectie Stadsarchief Amsterdam: kabinetfoto's, 1883 t/m 1896, Huisnummer van / tot 83 - 97, 010005000160
PHILIP NORD
De oudste zoon Philip blijft een mysterie, er zijn geen foto’s of anderszins verhalen van hem bekend.
In 1870, Philip is dan 20 jaar, werd hij vrijgesteld van dienstplicht. In 1871 was hij in Charleroi en in 1872 trouwde hij in Londen met Johanna Beck.
In 1873 werd in Amsterdam hun eerste kind Maria geboren. In 1875 trouwden ze nogmaals in Amsterdam.
Philip volgde zijn vader Henri in het kappersvak en had in 1876 een eigen kapperszaak in de Leidsestraat 1080072.
Uit zijn eerste huwelijk met Johanna Beck werden vijf kinderen geboren, waarvan er vier niet ouder werden dan een jaar. Het noodlot trof hen zwaar, twee van hun kinderen, Rosalie twee jaar en Julius drie maanden oud stierven op dezelfde dag in 1878.
Johanna stierf in het kraambed van dochter Rosalina in 1879, 28 jaar oud. Roselina werd nog geen een jaar.
Nog datzelfde jaar 1879, stonden Philip en tweede vrouw Maria van Til(l) ingeschreven op hetzelfde adres, Reguliersbreestraat 46, van waar uit hij ook werkte0075. Ze zijn dan nog niet getrouwd, dat zou pas tien jaar later gebeuren.
Op de aangiftes van de kinderen van Maria staat Philip als getuige vermeld. In 1881 werd Henri Philip van Til (duidelijke vernoeming naar grootvader en vader, maar met de achternaam van zijn moeder) geboren, maar stierf in zijn eerste levensjaar.
Julius werd in 1883 geboren, hij werd een succesvol toneelspeler maar overleed op 27-jarige leeftijd. Er was veel aandacht in de pers voor zijn overlijden.0076
zijn zaak weer door zijn vader Henri overgenomen0074.
François (van Til) werd in 1884 geboren, maar stierf als baby. En tenslotte Louise in 1888, zij bleef in leven.
In 1884 vervaardigde hij pruiken en toupetten in de Reguliersbreestraat 460073, maar in 1887 werd zijn zaak weer door zijn vader Henri overgenomen0074.
In 1889 trouwden Philip en Maria na 10 jaar samenwonen en werden de nog in leven zijnde kinderen uit het tweede huwelijk, Julius en Louise erkend. Dus van negen kinderen bleven alleen de oudste dochter Maria uit het eerste huwelijk en de jongste dochter Louise uit tweede huwelijk in leven.
Bij het overlijden van Philip’s moeder Roosje in 1906, plaatste Philip apart van de rest van de familie Nord een advertentie.0091 en 0092
Op een huwelijksfoto in 1912 van een zoon van broer Julius, zien we Joseph (en Mietje(n)), Julius en Jacques (en Jet) en misschien ook Philip0077.

0077. Huwelijksfoto, 1912, met o.a. Joseph Nord (Thomson) & Mietje(n) Nord (Thomson)-Goudsmit, Julius Nord, Jacques Nord & Jet Nord-Goudsmit, en hoogstwaarschijnlijk Philip Nord
JACQUES NORD
Jacques Nord0110 trouwde in 1883 met Henriette (Jet) Goudsmit0108, het huwelijk vond plaats in Deventer.
Op de Heiligeweg 180105 & 0106 werd hun dochter Betsy0109 geboren, in 1889 namen zij hun intrek op de Oudezijds Voorburgwal 1600082. Jacques was kapper en ook importeur van pudding en vanillesuiker0094 en van tandpasta en mondwater0095.
Jacques was begaan met de medemens, zo deed hij een oproep in de krant om een jonge weduwe te helpen0096 en zette hij zich in voor werkeloze diamantbewerkers0097.
Jacques overleed in de Valeriusstraat 21-boven. Jet verhuisde naar de Alexander Boersstraat 22-huis, achter het Concertgebouw. Hun enige dochter Betsy woonde met haar man Bertrand Drilsma naast haar moeder Jet op 24-boven. Betsy was lerares Frans0083 en Bertrand, musicus/cellist bij het Concertgebouworkest en leraar economie en statistiek. In bijgaand artikel uit De Telegraaf bij zijn 60ste verjaardag werd hij bejubeld0088.
Betsy en Bertrand werden gedeporteerd naar de Hollandse Schouwburg, alwaar zij samen besloten een einde aan hun leven te maken, ‘Gevlucht in de dood’ zoals de Stolperstein vermeld. Bertrand stierf, maar Betsy niet. Zij werd vermoord in Auschwitz. Hun Stolpersteinen zijn geplaatst op 14 mei 20250141.
De zussen Jet en Mietje Goudsmit trouwden dus met de broers Jacques en Joseph Nord. Op deze foto staan de beide zussen met beide broers0080.

0080. Zussen, Jet & Mietje(n) Goudsmit tezamen met de broers, Jacques & Joseph Nord
De broers Julius en Joseph hadden blijkbaar in hun jonge jaren nogal wat aantrekkingskracht, want zij werden de gebroeders Kiss genoemd. Joseph en Julius bleven gedurende hun leven veel met elkaar in contact. Met Jacques en zijn vrouw Jet Goudsmit, en Betsy Goudsmit met man Lé, zussen van Mietje, vierden men b.v. in 1910 het 25-jarig huwelijksfeest van Mietje en Joseph0173.
Julius Nord0107 trouwde met Mathilde Goudsmit/Goldsmith0111. Zij kregen drie zoons, Henry Albert, George en Charles0112.
Julius werd arts, officier van gezondheid. Een begenadigd en empathisch arts blijkens dank-advertenties die voor hem werden geplaatst0090.
Door het beroep van Julius werd er vaak verhuisd. Naast arts was Julius uitvinder van de rijwiel-brancard0113, de schrijfmachine voor blinden, skotograph genoemd0114, en het steriel noodverband bij ongelukken.
Ook was hij oprichter van het tweewekelijkse blad Vox Medicorum, ter behartiging van de belangen van geneesheren in Nederland en zijne koloniën en van allen die tot de geneeskunde in betrekking staan.

0107. Portret van Julius (Jules) Nord
Uit de correspondentie van Mietje en Joseph Nord Thomson in 1914 komt dit verhaal over de ontmoeting van Julius (Jules) en Prins Hendrik.
Ook verhaalde hij (Steph Sturkop, arts) ons een ontmoeting van ze met de Prins. Een auto passeerde hen in Rotterdam en meende Jules, Prins Hendrik te herkennen. De wagen stopte, maakte rechts omkeer en steeg de adjudant uit om Jules te vragen met Z.K.H. mee te gaan om een bezoek te brengen aan de Engelse slachtoffers van de door de U9 gezonken kruisers. Steph af. Jules vertelde hem later dat Henk heel aardig was geweest, Jules’ pet bewonderd had, deze veel mooier vond dan de zijne. Later een kop thee in de officiers-sociëteit gedronken had, waar Jules vooruit aan het buffet betaald had.
Op bijgaande foto staan Jules met zijn vrouw Mathilde en Steph Sturkop0093.
Julius stierf in 1926, hij overleefde een operatie niet. In de krant werd hier melding van gemaakt0115. Op het familieportret, waarschijnlijk bij zijn overlijden genomen: zijn vrouw Mathilde, haar drie zoons met hun vrouwen, en de kinderen van Henry (uit eerste huwelijk) en de kinderen van Charles0147.

0107A. Portret II van Julius (Jules) Nord
De zonen kozen in navolging van hun vader allen voor de medische wereld, Henry Albert werd arts, George keel-, neus- en oorarts en Charles werd een pionier van de orthodontie.
De oudste zoon Henry Albert, was getrouwd met Marretje Swart en kreeg met haar een tweeling Elisabeth en Mathilde0112 en een zoon Albert.
Met zijn tweede vrouw Tine Bakker kreeg hij nog drie kinderen, Rob, Inge en Marion. Hij woonde in Zwolle. Kleindochter Yvonne trouwde met politicus Jan Nagel.
De middelste zoon George trouwde met Hermine Elhorst. Dit huwelijk bleef kinderloos. Zijn vrouw Hermine overleed al op 42-jarige leeftijd. Na de dood van zijn vrouw leefde hij nog jarenlang samen met zijn huishoudster, Toet, Jacobine Holtappel.
De jongste zoon Charles trouwde met Zus (Philippina) Elshout en zij kregen drie zoons, Charles, Max en Hans.
Charles ging tandheelkunde studeren in Utrecht. In 1912 vestigde hij zich als tandarts in Gorinchem, In 1918 zag hij een lang gekoesterde wens in vervulling gaan: de vestiging van een praktijk in Den Haag, door associatie met de eerste vrouwelijke tandarts in Nederland, Henriette van Gelderen. Op haar verzoek behandelde hij orthodontische en chirurgische patiënten. Vervolgens bouwde hij met de tandarts J. Bierens, het praktijkhuis Oude Scheveningscheweg 1.
Na een huwelijk van ruim 30 jaar gingen Charles en Philippina in 1946 uit elkaar en hertrouwde Charles in hetzelfde jaar met Tina Bierens. Met haar verhuisde hij naar Amsterdam, waar zij het pand aan het Johannes Vermeerplein 9 betrokken. Hier werd ook de Orthodontische Polikliniek gevestigd samen met tandarts M. Koenen0143. Met deze kliniek wilden zij bewijzen dat het mogelijk was orthodontische behandeling te verstrekken aan kinderen van minder vermogenden, los van de ziekenfondsen. De kliniek was selfsupporting.
Charles was daarnaast heel actief in het nationale en internationale verenigingsleven van tandheelkundigen. In een artikel werd als volgt over hem geschreven: Aanleg en karaktereigenschappen maakten hem voor zulk organisatorisch werk uiterst geschikt. Zijn aangeboren gemak om de juiste toon te treffen, zijn ruime woordkeus, zijn voorraad argumenten, mede door zijn alzijdigheid, zijn scherp intellect en een merkwaardig geheugen voor feiten wisten in de debatten zijn tegenstanders meestal te overtuigen. Hij sprak de drie moderne talen vloeiend, en onder alle omstandigheden handhaafde hij een nauwgezette eerlijkheid. Nord had bovendien een fenomenale werkkracht: tot zes uur had hij praktijk en daarna wijdde hij zich tot twee uur 's nachts aan het verenigingsleven.
Nords verdiensten op maatschappelijk en wetenschappelijk terrein werden ruimschoots erkend door vele binnen- en buitenlandse eretekenen en eredoctoraten in Europa, Zuid-Afrika en Australië. Bovendien bekleedde hij het erevoorzitterschap of erelidmaatschap van 43 nationale en internationale organisaties.
Een van Charles’s en Zus zoons, Max, was dichter, schrijver, journalist, vertaler. Hij studeerde politieke wetenschappen o.a. in Parijs. In 1938 leerde hij Menno ter Braak kennen. Deze bracht hem in contact met het Comité van Waakzaamheid, een collectief van Nederlandse intellectuelen dat ‘pal stond voor de democratie en vrijheid van meningsuiting’. In 1939 vertaalde hij samen met Ter Braak Gespräche mit Hitler. Zij werden aangeklaagd voor belediging van een bevriend staatshoofd.
Tijdens de bezetting in WO2 was hij actief in het verzet als medewerker van de illegale krant Het Parool. Met o.a. Wim van Norden, Simon Carmiggelt en Jan Meijer maakte hij deel uit van de groep die uit Den Haag gekomen, zich had aangesloten bij de verzetskrant Het Parool in Amsterdam. Ook was hij betrokken bij de illegale activiteiten van uitgeverij De Bezige Bij.
Na de oorlog werkte hij 40 jaar voor Het Parool als waarnemend hoofdredacteur, redactiechef, correspondent in Parijs, kunstredacteur t.b.v. literatuur en theater, en hoofd kunstredactie. Hij haalde vele bekende schrijvers en columnisten naar de krant, zoals Simon Vestdijk Gerard (van het) Reve. Hij werd literaire mentor van Reve. Met elk nieuw geschreven hoofdstuk van het boek De Avonden ging Reve langs bij Max om zijn commentaar te horen.
Max schreef dichtbundels, biografieën, een roman, literaire kritieken, politieke commentaren. En vertaalde veel Franse en Italiaanse literatuur. Tenslotte verschenen zijn memoires onder de titel Achterwaarts.

0009. Joseph Philip Nord Tomson x 3
JOSEPH PHILIP NORD THOMSON
Joseph Philip Nord THOMSON0009 werd in 1859 geboren op het Rokin0129.
Wat voor opleiding hij heeft gedaan en of hij ook nog in de kapperszaak van zijn vader heeft gewerkt is niet bekend. Op zijn 18e van november 1877 t/m november 1878 was Joseph in Antwerpen en Charleroi, bij terugkomst woonde hij bij zijn broer Philip in de Leidsestraat 108.
8 mei 1879 moest hij in militaire dienst, bij de ‘zeemilitie’.
Joseph werd importeur, waarschijnlijk in navolging van broer Jacques, eerst van Thomson’s thee en later van Thomson’s puddingpoeders en vanillesuiker. En vervolgens werd hij ook fabrikant van deze producten.
Voor zijn huwelijk had Joseph een kind verwekt, Josephine Meisner, roepnaam Jo. Hij is dan 22 jaar. Dit ‘voorkind’ is duidelijk naar hem vernoemd. Jo werd op een zeker moment liefdevol opgenomen in hun gezin0120 en in de zaak.

0009A. Joseph Philip Nord Tomson

0009B. Joseph Philip Nord Tomson
Op 26-jarige leeftijd trouwde Joseph met Mietje0030.
Eenmaal getrouwd in 1885 gingen zij wonen op het Singel 2870021, 0022, alwaar Emilie0023 in 1887 en Gustaaf0024 in 1889 werden geboren. De zaak werd eveneens vanuit dit pand gerund0117, 0118.

0030. Mietje Goudsmit & Joseph P. Nord Thomson

0023. Emilie Rosine (Emilie)
Nord Thomson

0024. Gustaaf Henri Eugène (Guus) Nord Thomson
De zaken liepen goed want binnen enkele jaren verhuisden ze naar een groter pand op de Kloveniersburgwal 250025, dat ze hebben laten verbouwen door architect Van Gendt (o.a.de architect van het Concertgebouw, Stadsschouwburg, IJsbreker).
Voor de Kloveniersburgwal werd ook een gasmotor voor op zolder aangeschaft voor de verwerking van thee0119.
Nelly0026 werd daar in 1895 geboren. In dat jaar heeft Joseph ook bij koninklijk besluit zijn naam Nord laten veranderen in Nord Thomson0039.

0025. Kloveniersburgwal 25, Amsterdam

0026. Nelly Harriët Nord Thomson
Joseph was, net als zijn vader Henri een uitstekende marketeer, er werd veelvuldig geadverteerd in kranten en op huizen, prijsvragen, en paard en wagens met advertenties reden rond.
Mietje en Joseph maakten samen hun bedrijf groot. Mietje ging iedere dag naar kantoor, gaf leiding aan het secretariaat (± 9 personen0031), hield zich bezig met contracten, personeelsaanname (er waren zo’n 30 meisjes in dienst0030), kaszaken, leveranties, marketing en advertenties. Ook haar zuster Klaartje/Ket Goudsmit werkte in de zaak en ontwikkelde mede de receptuur van de puddingen en hield o.a. toezicht op de machine0130.
In 1902 verhuisde het kantoor en fabriek naar Gebouw Zuid-Holland, Keizersgracht 3820032 dat werd verbouwd door architect E.A.C. Roest, tot De Nederlandsche Chemische Fabriek, er komt o.a. een verdieping bij0033. Op deze plek stond de eerste stenen schouwburg van de stad, tot die afbrandde in 1772. Nu is Hotel The Dylan er gevestigd.

0032. keizersgracht 382, Amsterdam

0033. keizersgracht 382, Amsterdam, met extra verdieping
In 1902 verhuisde niet alleen de zaak naar de Keizersgracht maar ging de familie ook wonen aan het Vondelpark in de Van Eeghenstraat 720035, eveneens gebouwd door architect E.A.C. Roest, leerling van Berlage.
Dan komt ook ‘voorkind’ Jo bij de familie inwonen, zij is dan 21 jaar en deelde haar kamer met de 15-jarige Emilie.

0035. Woning aan de Van Eeghenstraat 72, Amsterdam
Dit historische pand, aan de Van Eeghenstraat 72, is ondanks veel protest uit de buurt in 2021 gesloopt.
In 1919 werd er grond aangekocht op de Kostverlorenkade en bouwden zij daar hun fabriek (Jacob van Lennepkade 301-307) en kantoor (3e Kostverlorenkade 3-5)0034.

0034. Jacob van Lennepkade 257-313 / Pieter Langendijkstraat 2-12 / Kanaalstraat 140-210 / Derde Kostverlorenkade 1-7, situatietekening, 1930, Stadsarchief Amsterdam, 5221BT900919
Het huis aan de Van Eeghenstraat is door Nelly Nord Thomson op 87-jarige leeftijd beschreven. Tijdens de bouw van het huis ging de familie regelmatig kijken naar de vorderingen. Ook haar eerste bezoek aan het huis kon zij zich herinneren, zoals de nieuwigheid van een modern watercloset (WC). Naast de entree in het souterrain was de toegang tot de keuken waar de leveranciers de boodschappen konden afleveren: de bakker, melkboer, groenteboer, slager, kruidenier en kolenboer. Er was een salon met blauw geschilderde lambrisering afgezet met vergulde biezen, eetkamer, serre0036, herenkamer, zitkamertje voor Mietje, speelkamers, biljartkamer, garderobe (walk-in closet), wijnkelder, dienstbodenkamers op zolder en een donkere kamer voor het ontwikkelen van foto’s. Ook op zolder kon er gespeeld worden aan de rekstok en schommel.

0036. Joseph P. Nord Thomson en Mietje(n) Goudsmit aan tafel, in hun woning, aan de Van Eeghenstraat 72 te Amsterdam, 1935 (een gouden huwelijk)
JOSEPH, MIETJE EN HUN KINDEREN
Mietje en Joseph ontwikkelden zich en bereikten welstand. Ze namen actief deel aan het Amsterdamse culturele leven en zetten zich in voor goede doelen.
De kinderen kregen (Franse) kindermeisjes, een goede opleiding, muziek- en paardrijlessen. Em0163 en Guus0164 gingen naar een particuliere lagere school met nog geen 100 leerlingen: de in 1890 geopende Wilhelmina Catharinaschool op de Weteringschans 2630132 en 0133.
De oprichters stonden een school voor ‘goede opvoeding’ voor ogen, vanaf het derde jaar volgens het Fröbelsysteem/Kindergarten (zelfexpressie en zelfgestuurd leren), en als de kinderen ouder waren klassikaal. In de pauze gingen ze soms spelen op het Frederiksplein, in de tuin van het Paleis voor Volksvlijt. Het schoolgeld was aanzienlijk, wel ƒ150,– tot ƒ200,– per jaar.0138
De kinderen als peuters en kleuters:
-
Em en Guus0165
-
Nelly0166
-
Alle drie0167

0164. De drie kinderen: Em, Nelly en Guus (met lang haar)
DE KINDEREN ALS PEUTERS
Vanaf 10 jaar mocht Nelly alleen met de paardentram naar school, zij mocht met bepaalde conducteurs mee die op haar lette of zij goed overstapte op het Leidseplein. Nelly werd door een burgerweesjongen uit de fabriek van vader Joseph opgehaald voor de lunch.
Speelgoed en poppen kwamen o.a. uit Parijs, zo had Nelly een echt fornuisje met een oven, en een chocolade-automaat uit Duitsland.
EMILIE ROSINE (EM) NORD THOMSON0120 en 0159
Em ging naar de Openbare Hogere Burgerschool voor Meisjes, de HBS, op de Keizersgracht 2640134 en 0137 met de paardentram. In 1887 had het gemeentebestuur bepaald dat meisjes moesten worden toegelaten tot het gymnasium en de HBS, als ze konden bewijzen dat op andere scholen het door hen gewenste beroep onbereikbaar was.
GUSTAAF HENRI EUGÈNE (GUUS) NORD THOMSON
Guus ging naar het Stedelijk Gymnasium (Barlæus) op de Weteringschans en naar het gymnasium in Gorcum, waar hij intern verbleef bij rector Helweg. Daarna ging hij rechten studeren in Amsterdam en behaalde zijn doctoraal in 1914, waarna hij onder de wapenen ging tot 1919 als reserve officier artillerie. In 1916 promoveerde hij op een proefschrift Militaire straf- en tuchtklassen.
NELLY HARRIET NORD THOMSON
Nelly ging naar de Middelbare School voor Meisjes (MMS)0139, in de bocht van de Herengracht 4760135 en 0136, ook wel de ‘gouden meisjesschool’ genoemd.
De dochters gingen na de middelbare school naar kostschool in Zwitserland, Em in 1907 en Nelly in 1913-1914. Deze kostschool Pensionat Riant Port in Vevey - La Tour bij Montreux werd geleid door Mademoiselle Schindler. Men kreeg er onder andere les in de Duitse, Franse, Engelse en Italiaanse taal, huishoudkunde, correspondentie, pianoles, schermlessen, 3x in de week gymnastiek, schaatsen en tennissen. Bij het avondeten waren er twee tafels, aan de ene sprak je Frans aan de andere Engels. In het stadhuis van Vevey werden lezingen gegeven over “Vrouwen in de Franse literatuur” door Prof. Carrara. Er werd iedere dag naar huis geschreven. En je moest zelf je bed opmaken wat thuis niet hoefde. Haar kostschool-dagboek0140 is bewaard gebleven.
Tijdens kostschool maakte Nelly een Italiaanse reis, deze duurde 18 dagen en kostte 380 francs.
Aansluitend op de kostschool werd Nelly naar de huishoudschool gestuurd om een cursus wassen en strijken en verbandleer te volgen, dat duurde circa een half jaar en kostte resp. 25 en 15 gulden. Later zou de cursus koken en huishoudvoering volgen. Verder werd zij ingezet op het kantoor van haar ouders op de Keizersgracht als eerste bediende onder andere voor correspondentie.
JOSEPHINE (JO) MEISNER0159
Jo werd liefdevol opgenomen in hun gezin0120 en in de zaak. Mietje ging hier ruimhartig mee om. Zij noemde de voorhuwelijkse escapade van haar man ‘een duur grapje’.
Jo woonde bij de familie in de Van Eeghenstraat evenals Klaartje/Kat0121, de zus van Mietje. De foto van Klaartje is gemaakt in de tuin van de Van Eeghenstraat. In 1908 logeerden Nelly (13 jaar oud) en Jo (27 jaar) bij de familie Cross in Engeland0160. Nelly, een nakomertje, was blijkbaar regelmatig onder de hoede van Jo (door Nelly altijd tante Jo genoemd)0161.

0121. Klaartje/Kat/Kathy Goudsmit

0161. Jo & Nelly
Jo trouwde op 24 februari 1914 ‘met de handschoen’. Haar man Kees de Groot was al in Makassar, Indië. Jacobus Slagmulder van Kunsthandel Buffa was de plaatsvervangende bruidegom. Het diner vond plaats in de Van Eeghenstraat. De menukaart is bewaard gebleven.
Toen Jo in Makassar verbleef zorgde Mietje ervoor dat er op de verjaardag van Jo’s moeder en met St. Nicolaas cadeautjes bij haar werden bezorgd, zo blijkt uit een schrijven op 12 oktober 1914:
12 oktober 1914 Jo aan haar stiefmoeder Mietje
Dan nog een verzoek. 3 december is mijn moeder jarig. Gaat Ussie (= Gustaaf) nu de buurt van Haarlem uit, wilt u hem dan vragen voor 1,50 gulden à 2 gulden wat bloemen van mij te bestellen of b.v. een klein begonia plantje, als dit er dan al is en daar de bloemist te laten bezorgen aan haar adres met bijgaand kaartje. Wat ben ik toch een lastpak hè, doch ik weet te goed dat u mij niet als zodanig beschouwt. Stuurt u haar s.v.p. met St. Nicolaas een banketletter M door Berkhoff. U geeft t dan wel bijtijds op hè. Hartelijk bedankt.
Ook werd voor de moeder van dit ‘voorkind’ levenslang zorg gedragen, zoals later uit het testament blijkt. Jo is dan al overleden.
Nelly ontving bij haar verloving in 1916 een felicitatiebrief van Jo’s moeder, waarin ook werd vermeld dat er lang geen contact was geweest: Wat is het lang geleden dat ik iets van je te horen kreeg … ik kan mij beslist niet meer herinneren wanneer ik je ’t laatst gezien of gesproken heb.
WOI 1914–1918
Joseph Nord Thomson had besloten zijn net getrouwde voorkind Jo in Indië op te gaan zoeken. En zo vertrok Joseph naar Genua alwaar hij op de boot naar Indië zou stappen voor een reis van een half jaar. Aan de vooravond van WOI zo bleek. Er was al oorlogsdreiging, maar Mietje maakte zich nog geen zorgen, op 27 juli 1914 schreef zij:
Trek je ook van de eventueel op handen zijnde oorlog NIETS aan. Ten eerste is ze er nog niet, ten tweede lijkt het niet dat de keizer van Duitsland er zo toe zal overgaan mee te doen. Volgens een bulletin hier heeft hij de regeringen door zijne gezanten in Parijs, Petersburg en Londen laten weten dat hij hoopt dat indien de oorlog Oostenrijk- Servië uitbreekt, deze tot daar gelokaliseerd blijft. Verder zelfs indien onverhoopt het zich verder mocht uitstrekken, zitten wij in ons Hollandje zo echt rustig, terwijl door België alles moet heentrekken en kunnen wij Nederlanders alles afwachten.
Aangekomen in Genua op 28 juli telegrafeerde Joseph of hij wel moest vertrekken. Mietje reageerde de volgende dag, 29 juli, in een telegram naar Hotel Miramare dat het idioot zou zijn als hij niet vertrok. Maar direct na de afvaart met de stoomboot Koningin Emma uit Genua was de Eerste Wereldoorlog uitgebroken.
Op 28 juli 1914, verklaarde Oostenrijk-Hongarije, bondgenoot van Duitsland, de oorlog aan Servië en ging op 30 juli mobiliseren. Rusland verdedigde Servië en ging eveneens mobiliseren. Daarop verklaarde Duitsland op 1 augustus de oorlog aan Rusland. Op 3 augustus verklaarde Duitsland aartsvijand Frankrijk de oorlog. Omdat België de Duitsers de doortocht naar Frankrijk weigerde werd België ook de oorlog verklaard. En dat was voor het Verenigd Koninkrijk reden diezelfde dag Duitsland de oorlog te verklaren. Binnen een week waren alle Europese grootmachten met elkaar in oorlog geraakt.
De ontwikkelingen gingen zo snel, zoals Mietje beschreef in haar volgende brief aan Joseph:
Nadat zaterdag 1 augustus ik met Emmy nog een half uurtje ging lopen, kwam ik thuis en hoorde van Kat, dat Duitsland ultimata aan Rusland en Engeland had gezonden, toen stond mijn hart stil van angst. Je kunt je Emmy’s toestand voorstellen, die wilde direct naar Keulen. Ik ging toen met haar naar de stations waar men overal afried met een klein kindje te vertrekken…
De mensen waren zaterdag dol van angst dat ze geen levensmiddelen konden krijgen en
bestormden de winkels …
Er waren zakelijke banden met Duitsland en, niet onbelangrijk, dochter Em was in 1911 met de Duitse Paul Sitt getrouwd, waardoor er een zekere pro-Duitse houding was. Toen dominee Giran geen preken tegen Duitsland mocht houden, stapten Em en Gustaaf uit de Waalse Kerk.
Mietje en Joseph gingen regelmatig op bezoek bij het jonge echtpaar in Keulen. Alwaar men bijvoorbeeld ging paardrijden, hier op de foto Joseph en Walter, de broer van Paul0142.
Em was naar Amsterdam gekomen voor de geboorte van hun eerste kindje Ellen in december 1913.
Aan de vooravond van het uitbreken van WOI was zij nog of weer in Amsterdam.
Inmiddels was de WOI op 28 juli 1914 een feit. Maar op de boot werd dat pas later bekend, in een brief van 2 augustus schreef Joseph:
Ik ben vreselijk nieuwsgierig iets van jullie te horen ook iets omtrent de oorlog. Het is een schandaal dat hier geen marconi-grammen komen, Enfin vanavond in Port Said hoop ik meer te weten.
En de volgende middag:
Na tafel hoor ik dat de marconi-grafist een telegram heeft opgevangen meldende dat 100.000 Russen over de Duitse grens zijn getrokken, door Luxemburg Frankrijk is aangevallen en dat een Europese oorlog is uitgebroken. Drie Duitsers van boord gaan zo spoedig zij in Port Saïd aankomen vanavond met de eerstvolgende boot van de Rotterdamse Lloyd terug. Verschillende Hollandse passagiers seinden onmiddellijk of zij terug moesten komen, en een algehele paniek is hier aan boord ontstaan.
Veel zorgen waren er over het moeten opkomen in het leger van Paul Sitt en zijn broers. Zijn broer Walter, waar Nelly mee correspondeerde, moest direct in 1914 onder de wapenen en kwam al in de eerste maanden van de oorlog om in België op 23-jarige leeftijd.
De correspondentie van Joseph en Mietje tijdens deze reis is bewaard gebleven. Nadat Joseph eerst voorkind Jo in Makassar bezocht, maakten zij samen nog een rondreis op Java. Zijn plan om aansluitend nog Japan en China te bezoeken ging niet door, hoewel Mietje hem daar wel toe aanspoorde:
Ik herhaal nogmaals wat ik je reeds herhaalde malen schreef, neem alles waar, waar je plezier in hebt en ga terug, zoals het jou dat het beste lijkt. Zo gauw maak je deze reis niet weer. Kan het niet over Japan en China, dan Australië en Amerika, waar geen gevaar heerst, maar nogmaals ontzeg je niets om idiote redenen, b.v. omdat zaken stil zijn, of omdat ik zonder Blok ben. Je zou met vroeger terugkomen mij niets kunnen helpen omdat ik zelf zo weinig te doen heb, het is heus de volle waarheid.
Maar Joseph dacht er anders over:
Naar Amerika of Australië ga ik niet. Dit alles is niet zonder gevaar, en buitendien wordt er in deze oorlogstijd niet gereisd, zo dat het moeilijk zou vallen gezelschap te krijgen.
Tijdens zijn reis van een half jaar werden de zaken succesvol waargenomen door Mietje. Ze nam de leiding en nam beslissingen, die ze overigens allemaal uitgebreid in hun briefwisseling deelde met Joseph. De productie en verkoop ging door en men kon iedereen in dienst houden:
Aan geen enkel ander artikel hebben wij enige behoefte. Alles en alles heb ik ruimschoots ingeslagen. De meisjes zijn dolblij dat ze zo door kunnen werken en verdienen de oudsten toch nog ongeveer 6 gulden per week. Ze zijn soms de enige kostverdiensters van het huis. Als de zaken nu weer zo gaan als deze week, kunnen wij ze weer langer laten werken, maar kijk ik eerst de kat uit de boom. Liever laat ik ze nog maanden en maanden zo werken, dan de boel geheel stop te zetten.
Zoon Gustaaf, jurist, werd als onderofficier gelegerd in Fort Veldhuis. Hij specialiseerde in militair recht.
Nelly kwam vanwege WOI onder begeleiding van Prof. Otto Lanz0124 (medeoprichter Boerhavekliniek in Amsterdam en initiatiefnemer van het Zuiderbad) in september 1914 terug van kostschool in Zwitserland. Onderweg bezocht zij nog haar zuster Em en nichtje Ellen in Keulen. Met de dochter van Otto Lanz, Gertrud Kijzer-Lanz, die zij vanaf de lagere school kende, bleef Nelly haar leven mee bevriend. Otto Lanz was een groot verzamelaar van vroeg Italiaanse kunst. Zijn omvangrijke collectie kreeg een plaats in hun monumentale ‘palazzo’ naast de Boerhavekliniek aan het Museumplein 9.

0124. Dr. Otto Lanz (1865-1935), Hoogleraar geneeskunde, Collectie Atelier J. Merkelbach, 1925, Stadsarchief Amsterdam, B00000002240.
Er waren zakelijke banden met Duitsland en, niet onbelangrijk, dochter Em was in 1911 met de Duitse Paul Sitt getrouwd, waardoor er een zekere pro-Duitse houding was. Toen dominee Giran geen preken tegen Duitsland mocht houden, stapten Em en Gustaaf uit de Waalse Kerk.
Mietje en Joseph gingen regelmatig op bezoek bij het jonge echtpaar in Keulen. Alwaar men bijvoorbeeld ging paardrijden, hier op de foto Joseph en Walter, de broer van Paul0142.
Em was naar Amsterdam gekomen voor de geboorte van hun eerste kindje Ellen in december 1913.
Aan de vooravond van het uitbreken van WOI was zij nog of weer in Amsterdam.
HET LEVEN VAN JOSEPH EN MIETJE
Het ondernemerschap, de vele nevenfuncties en activiteiten van Joseph en Mietje markeerden de ambitie om een positie te verwerven. En om te assimileren.
Vanaf begin 19e eeuw kwam er binnen de Joodse gemeenschap belangstelling voor integratie: gelijkwaardig functioneren binnen een dominante cultuur met behoud van eigen identiteit en assimilatie: het opgaan in een dominante cultuur met het loslaten van eigen identiteit.
De dissertatie van historicus Sietske van der Veen*, historicus, beschrijft Joodse Amsterdammers die succesvol waren in het grijpen van nieuwe kansen op sociale stijging in een tijd waarin de samenleving én de stad snel veranderden. Die kansen waren: mobiliteit door industrialisatie, massacommunicatie, sociale/culturele activiteiten, educatieve mogelijkheden, vergroting inkomen, groei van de middenklasse, socialisme, vakbonden en feminisme.
*Van der Veen promoveerde in mei 2024 aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift Novel Opportunities, Perpetual Barriers: Patterns of Social Mobility and Integration among the Jewish Dutch Elite, 1870-1940.
Hoewel Nelly in een schriftje over haar afkomst schreef, dat haar ouders Joseph en Mietje hun afkomst nooit hebben verloochend, beschreef zij wel dat het voor haar, Em en Gustaaf iets moeilijker lag. De kinderen waren volgens haar volkomen los opgevoed en opgegroeid van het jodendom. Door vriendenkring, doop etc. raakten zij vervreemd van hun afkomst (haar woorden).
Vader Joseph was volgens dochter Nelly atheïst. Tot 1918 stond Joseph echter nog ingeschreven als lid van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap. Van Mietje (geboren in Deventer) is er geen inschrijving in Amsterdam bekend. Het verhaal gaat dat het Joseph niet in dank werd afgenomen dat hij zich uitschreef bij het Nederlands Israëlitisch kerkgenootschap.
Joseph vond het verkeerd dat jonge kinderen godsdienstonderwijs kregen. Nelly ging dan ook pas op haar zestiende (in 1911) op catechisatie van ds. Givan van de Waalse Kerk aan de Oudezijds Achterburgwal.
Joseph trad op de voorgrond door zich in te zetten voor het maatschappelijke belang. In 1898 kreeg Nederland een nieuwe vorstin, Koningin Wilhelmina. Als blijk van waardering voor de brandweer en politie bij de festiviteiten organiseerde Joseph voor de Amsterdamse de corpsen op vier avonden feesten in Maison Stroucken: soirée varié aan de Leidsekade. Het oorspronkelijke gebouw huisvestte twee sociëteiten Concordia (alleen voor heren) en Bellevue. In 1883 kwam het gebouw in handen van de heer Stroucken en werd het omgedoopt in Maison Stroucken. In 1899 werd de oude naam Bellevue in ere hersteld0125. Als dank voor het organiseren van deze feestavonden ontving Joseph van de Burgemeester een dankbrief, waarvan in de krant melding werd gemaakt0128.
Joseph werd consul-generaal van Perzië in 19060041 en dit bracht een internationale wereld met zich mee. Het Corps Consulaire0042 van Amsterdam vergaderde en dineerde op locaties als Huize Zomerdijk Bussink, Herengracht 2860043 en Maison Couturier, Keizersgracht 6740044. Dit waren geen openbare eetgelegenheden, men reserveerde daar een kamer, niet een tafel.


0041. Joseph Nord Thomson – Consul-generaal Perzië.
Het uniform is opgenomen in de collectie van Paleis Het Loo, Apeldoorn
Van het diner dat Joseph voor het Corps Consulaire organiseerde op 19 februari 1912 thuis in de Van Eeghenstraat, zijn de aan- en afmeldingsbrieven bewaard gebleven.
Een maand later op 19 maart 1912 werd het Corps Consulaire ook bij burgemeester Antonie Röell0067 uitgenodigd. Om een week later weer met het Corps in het Amstelhotel te dineren.

0067. mr. dr. Antonie baron Röell (21-08-1864 – 29-11-1940), burgemeester van Amsterdam van 1910 tot 1915. Commissaris van de Koningin van Noord-Holland van 1915 tot 1940, Collectie Stadsarchief Amsterdam, OSIM00006002731
KUNSTENAARSVERENIGINGEN ARTI ET AMICITIÆ EN ST. LUCAS
Joseph en Mietje waren betrokken bij Kunstenaarsverengingen.
De vereniging Arti et Amicitiæ0070 werd opgericht in 1839 en betrok in 1840 het gebouw aan het Rokin, hier te zien op een foto uit 18650131. Het interieur is voor een groot gedeelte ontworpen door architect Hendrik P. Berlage. Arti et Amicitiæ organiseerde jaarlijks exposities voor haar leden in het gebouw aan het Rokin. Onder wie Jan Toorop, Breitner en Isaac Israëls.
Er werden ook tentoonstellingen van niet - leden georganiseerd zoals Van Gogh, Chagall, Liebermann en Franse impressionisten. Het verhaal gaat dat Joseph niet geporteerd was van het werk van Van Gogh, en dat helaas dus niet heeft aangekocht.
Joseph was jarenlang kunstlievend lid van Arti et Amicitiæ aan het Rokin. Hij liet bij zijn dood in 1942 ook een legaat na aan Arti. Hiervan werd melding gemaakt in de Bestuursvergadering van Arti in 194301311. Mikel Orfanos vermoedt dat zijn lidmaatschap als kunstlievend lid0135 (financiële bijdrage) en/of het feit dat de naam Nord Thomson niet bekend was als Joodse naam, de reden is dat Joseph waarschijnlijk niet is geroyeerd. Achttien kunstenaarsleden werden hoogstwaarschijnlijk geroyeerd:
-
Max van Dam
-
Baruch Lopes de Leão Laguna
-
Hendrika van Gelder
-
Marinus Julius van Raalte
-
Salomon Garf
-
Martin Monnickendam
-
Jacobus (Jaap) Kaas
-
Samuel (Mommie) Schwarz
-
David Schulman
-
Marianne Franken
-
Charlotte Boom-Pothuis
-
Maria Catharina Boas-Zélander
-
Felix Isidor Hess
-
Joseph Eduard Adolf (Jo) Spier
-
Moses Cohen
-
Conrad Theodor (Coen) van Oven
-
Móritz Góth
-
Charlotte (Sárika) Góth

0070. Het gebouw van de kunstenaarvereniging Arti et Amicitiæ, Rokin 112. Rechts de ingang naar het Spui (gedempt in 1882). Afmetingen opzetvel 148 x 235 mm, voorstelling 100 x 165 mm., Jager, A., 1867 ca. t/m 1870 ca., Stadsarchief Amsterdam, 010018000061

0135. Voorbeeld van lidmaatschap Arti et Amicitiæ, kunstlievend lid, archief Arti et Amicitiæ, Amsterdam

01311. […] Mededeling van notaris H.N. Groenier inzake een legaat van den heer Nord Thomson, Groot ƒ174,67. […], april 1938 - juni 1943 (inv. nr.: 0956.32), Archief Vereniging Arti et Amicitiæ (0956), Notulen en Bestuursvergaderingen (0956.319),
RKD, Den Haag.
St. Lucas werd in 1880 opgericht door studenten van de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Bekende leden van de vereniging waren onder meer Jan Toorop, Piet Mondriaan, Jan Sluiters en Willem Witsen. Daarnaast was St. Lucas de eerste vereniging waar vrouwelijke kunstenaars wel lid mochten worden. Zo waren de bekende Amsterdamse Joffers Thérèse Schwartze en Charley Toorop lid van St. Lucas.
De leden van St. Lucas exposeerden in het net geopende Stedelijk Museum (1895).
In 1909 werd het Jaarfeest van kunstenaarsvereniging St. Lucas gevierd in het American Hotel, verkleed en wel en inclusief souper met o.a. Joseph, Lizzy Ansingh, Simon Maris, Piet Mondriaan0051.
VERZAMELEN EN KUNSTHANDEL BUFFA0182
Joseph en Mietje waren goed bevriend met Jacobus Slagmulder en zijn vrouw Catharina van Gent0045. Zo was Jacobus surrogaat bruidegom toen dochter Jo ‘met de handschoen’ trouwde.
Jacobus Slagmulder stond 40 jaar aan het hoofd van de nationaal en internationaal befaamde Kunsthandel Buffa0046 in de Kalverstraat 39, gespecialiseerd in de Haagse School.
Bij de Slagmulders werden thuis op de Keizersgracht 584 grote diners gegeven, zoals bij hun zilveren bruiloft in 1915. Vijf jaar later vierden zij deze dag in het American Hotel/Americain. Een keur aan kunstenaars was bij deze diners aanwezig:
Lizzy Ansingh, Felicien Bobeldijk, George Breitner, Arnold Gorter, beeldhouwer Abraham Hesselink, Isaac Israels, Simon Maris, Piet Mondriaan, Bart Peizel, Benjamin Prins, Marinus van Raalte, Thérèse Schwartze, Willem Steelink, Willem Weissenbruch en Jan Wijsmuller. Ook aanwezig waren kunsthandelaren en verzamelaars zoals Jacques Goudstikker en diens ouders, Jan Glerum, en Hendrik Kroon.

0182. Kalverstraat 39, Kunsthandel Frans Buffa en zonen; links ingang Gapersteeg. Houtgravure., vervaardiger: Walter, Joh., Braakensiek, J.C. (Johan Coenraad, 1858-1940), Buffa en Zonen, Collectie Stadsarchief Amsterdam: los beeldmateriaal, 010194000299

0045. Jacobus Slagmulder en Catharina Slagmulder-van Gent, 1915, archief Van den Bosch

0046. Façade Kunsthandel Frans Buffa en zonen,
Kalverstraat 39, Amsterdam, archief Van den Bosch
De culturele en vriendschappelijke contacten zullen invloed hebben gehad op de aanschaf van kunstwerken door Joseph en Mietje. De beeldende kunst en de toneelwereld hadden beiden hun interesse. Arti en Kunsthandel Buffa waren de leveranciers. Arnold Gorter en Isaac Israëls werden de bestverkopende kunstenaars van Kunsthandel Buffa.
Op de huwelijksfoto in 1918 van dochter Nelly in de Van Eeghenstraat0063 is te zien dat de muren vol hingen met schilderijen. Er werd werk gekocht van onder andere de schilders Arnold Gorter, Isaac Israëls, Tinus de Jongh, Kees Koeman, Gerrit Willem Knap, Simon Maris, Hendrikus Roodenburg, Cornelis Spoor en Lammert van der Tonge.
Nelly vertelde dat Isaac Israëls tijdens een diner een portretje van haar maakte, maar dat dit portret niet bewaard is gebleven. Wel is een portretje van haar bewaard gebleven geschilderd door Lammert van der Tonge0157.
Van Isaac Israels, werd een aquarel aangekocht bij Kunsthandel Buffa: Guusje Van Dongen met mandoline, ca 1916. Dat Joseph en Mietje met Isaac Israëls aan tafel zaten blijkt uit een diner op 14 februari 1917 bij de familie Slagmulder thuis.


0063. Huwelijksfoto’s Nelly Harriet Nord Thomson
en Johannes van den Bosch, archief Van den Bosch
KUNSTENAARSVRIENDEN
Simon Maris0061 was een bekende figuur in Amsterdamse kunstenaarskringen, en actief bij de kunstenaarsverenigingen Arti en St. Lucas. Hij was een leerling van zijn vader Willem Maris en werd vooral bekend als portrettist, vaak van wereldse vrouwen, moeder en kind, met zijn vrouw Noot en kinderen als model.

0061. Simon Maris en Nonnie Koch in Maris’ atelier, ca. 1902 - 1910, 120 x 89 mm, Archief Simon Maris en Familie (0257), RKD, Den Haag
Simon en Noot waren goed bevriend met de Nord Thomson’s. Zij waren vaak aanwezig bij feestelijkheden van de familie, zo was Simon was getuige bij het huwelijk van dochter Em en heeft hij een aantal familieleden geportretteerd.
De dochters van Em, Ellen en Ethy, zijn prachtig door hem geschilderd0055 Dit portret is in bezit van de kleinzoon van Em, Ernst Berg.


0055. Artikel over werken van Maris, portret van Simon Maris – Kinderen Ellen en Ethy Sitt Roger, Waalko J. Dingemans, archief Van den Bosch
0178. Simon Willem Maris (1873-1935) – Portret van Cornelia Maris-den Breejen met parasol, olie op doek, 38,7 x 26,1 cm, gesigneerd en gedateerd 1904,
Particuliere collectie; voorheen collectie Simonis & Buunk, Ede
Mietje is als jonge vrouw in een boot door Maris geschilderd, dit schilderij is in bezit van de zoon van Gustaaf, Jan Pieter en bevindt zich in Australië0056. Eenzelfde soort portret maakte Maris van zijn vrouw Noot0178.

0000. Groepsportret tijdens een diner in Huize Zomerdijk Bussink, auteur: Nicolaas Schuitvlot, aanwezig: Gerrit Heinrich Kroon, Simon Maris, Jacobus Slagmulder, Catharina Geertruida Maria van Gent, Mietje Nord Thomson-Goudsmit, Joseph Nord Thomson, Emilie Nord Thomson, Gustaaf Henri Eugène Nord Thomson, Nelly Harriet van den Bosch-Nord Thomson, Johannes van den Bosch, daglichtcollodiumzilverdruk, foto: 218 mm x 286 mm, RP-F-F03658, Rijksmuseum, Amsterdam
Mietje is als jonge vrouw in een boot door Maris geschilderd, dit schilderij is in bezit van de zoon van Gustaaf, Jan Pieter en bevindt zich in Australië0056. Eenzelfde soort portret maakte Maris van zijn vrouw Noot0178.
Van de dochter van Gustaaf, Carla, zijn 2 portretten gemaakt0057. In een verslag van een Herinneringstentoonstelling in Arti d.d. 1936, wordt dit portret nog met name genoemd0058.
Joseph en Mietje werden op latere leeftijd door hem geportretteerd0059 en 0060, deze schilderijen zijn bij Gustaaf terecht gekomen. De avond voor de confiscatie door de Duitsers van het huis van Gustaaf in Leiden00000. Op 12 juni, 1941, heeft men in allerijl kunstwerken en bezittingen kunnen weghalen. Zijn zoon Jan Pieter kan zich de schilderijen in hun huis na de oorlog in Leiden nog herinneren, maar na het vertrek van hem en zijn moeder Lorna naar Australië zijn ze zoek.
00000. “[…] De Jodenvervolging is gisteren weer heviger ingezet. Hier ter stede kregen Professor Meijers, Mr. Hans Goudsmit en Mr. Nord Thomson aanzegging, om binnen enkele uren hun huizen te verlaten. Meubelen en kleeden moeten ze achterlaten! Het is meer dan erg! In Amsterdam schijnt ook weer een groote razzia op Joden gehouden te zijn. […]”, vrijdag, 08 juni 1941, pagina 120, deel III van “Oorlogsdagboek van Han de Wilde 1940 – 1945”, auteur: Han de Wilde, transcriptie: A.D. van Berge Henegouwen, annotatie en eindredactie: J.A. van Doorn-Beersma, uigeverij Ginkgo

0059. Simon Maris – Ex-consul generaal van Perzië, Mr. J.P. Nord Thomson, archief Van den Bosch

0060. Simon Maris – Mevrouw Nord Thomson, archief Van den Bosch
Simon Maris en Piet Mondriaan waren goed bevriend. Op een foto tijdens een reis die Maris en Mondriaan maakten in 1903 naar Spanje zijn zij samen te zien0062, 00621 en 00622.


0062. Simon Maris en Piet Mondriaan in de arena te Bilbao | alternatieve titel: Simon Maris en Piet Mondriaan in de arena te Bilbao, tijdens hun reis naar Spanje, hedendaagse afdruk van origineel negatief, 117 x 92 mm, kunstwerknummer: 216380, datering: september 1903, auteur: Frits Bodenheim, Mondriaan, Archief Simon Maris en Familie, RKD, Den Haag
00621. Piet Mondriaan met op zijn schouders Frits Bodenheim en Simon Maris geknield op de kade in IJmuiden | alternatieve titel: Simon Maris, Piet Mondriaan en Frits Bodenheim op de kade van IJmuiden voor hun vertrek naar Frankrijk en Spanje, hedendaagse afdruk van origineel negatief, 123 x 102 mm, kunstwerknummer: 216380, datering: 28 augustus 1903, auteur: Mies van de Water of Louise Bodenheim, Archief Simon Maris en Familie, RKD, Den Haag

00622. Piet Mondriaan, Simon Maris en Frits Bodenheim op de kade in IJmuiden | alternatieve titel: Piet Mondriaan, Simon Maris en Frits Bodenheim op de kade van IJmuiden voor hun vertrek naar Frankrijk en Spanje, hedendaagse afdruk van origineel negatief, 123 x 103 mm, kunstwerknummer: 216380, datering: 28 augustus 1903, auteur: Mies van de Water of Louise Bodenheim, Archief Simon Maris en Familie, RKD, Den Haag
Mondriaan bezocht graag het atelier van Maris bijvoorbeeld voor de wekelijks jour die Maris organiseerde voor kunstenaars en schrijvers. Dit atelier, het eerste atelier van Maris in Amsterdam, bevond zich op de zolderverdieping van het pand van op de Focke & Meltzer, hoek Kalverstraat – Spui0064 en 0065.

0064. Kalverstraat 152–156, Hoek Spui met gebouw “Focke & Meltzer”, (nr. 152); rechts ingang Spui, links ingang Kalverstraat, prent, Collectie Stadsarchief Amsterdam, 1896 ca. t/m 1910 ca., 010194000425

0065. Spui, Kalverstraat 152, Collectie Bureau Monumentenzorg: negatiefvellen, 1953 ca. t/m 1995 ca., Stadsarchief Amsterdam, BMAB00036000109_001
De handtekening van Piet Mondriaan staat op de menukaart van een diner in het American Hotel op 13 januari 1917, tezamen Simon Maris, Arnold Gorter en vele reeds genoemde kunstenaars, de Slagmulders etc.0066. Leuk idee dat Joseph en Mietje bij Piet Mondriaan aan tafel hebben gezeten.
Piet Mondriaan heeft op vele plekken gewoond waaronder Sarphatipark 42-1. Boven hem woonde de kunstenaar Gerrit Willem Knap. Het schilderij Amstelveld van Knap is door Joseph aangekocht0067.
Met de landschapsschilder Arnold Marc Gorter (1866-1933),0068 waren Maris en de Nord Thomson’s wederzijds bevriend.
Arnold Gorter en zijn vrouw waren goede vrienden, waarmee ze ook op vakantie gingen en die bij vele diners aanwezig waren.
Gorter werd in 1921 uitgenodigd op Paleis het Loo om daar met Koningin Wilhelmina samen herfstkleuren te schilderen. En het jaar daarop mocht hij mee op een bootreis met de Koningin langs de Noorse kust, waarbij ze vaak van land gingen om te schilderen.
Joseph kocht twee landschapsschilderijen van Arnold Gorter.

0068. Arnold Marc Gorter, Beelddocumentatie van kunstenaars waarvan kunstwerken bij de kunsthandel Frans Buffa & Zonen zijn verhandeld. Genoemd 'portretten album', circa 1895-1950, Beelddocumentatie in 2002 geschonken door J.P. Glerum, Archief Kunsthandel Frans Buffa & Zonen (0554), RKD, Den Haag
Of er met Abraham Hesselink0162 en 01621, de beeldhouwer, vriendschap was is niet duidelijk, contact zeker o.a. door de kunstenaarsvereniging Arti waar Hesselink in het bestuur zat.

0162. Portret van de beeldhouwer Abraham Hesselink in zijn atelier aan de Plantage Franschelaan 25, Amsterdam, Löw, Sigmund, 1903-03-12 gedateerd, moderne afdruk van een negatief, ontwikkelgelatinezilverdruk, 225 x 288 mm, inv./cat.nr. RKD-PF-811 vanaf 1946, RKD, Den Haag

01621. Beeldhouwer Abraham Hesselink in zijn atelier, Plantage Franselaan 25, Amsterdam, RP-F-00-2591, toegeschreven aan Sigmund Löw, Amsterdam, 1903-03-12, ontwikkel-gelatinezilverdruk, 241 mm x 302 mm, Rijksmuseum, Amsterdam
Gorter en Hesselink, beide succesvolle kunstenaars konden een huis naast elkaar laten bouwen in de Pieter de Hoochstraat 30 en daarnaast op de hoek met de Teniersstraat.
Jacobus Slagmulder was zelfs zo vriendelijk om Gorter in 1913 een hypothecaire lening van tienduizend gulden te verstrekken voor diens in aanbouw zijnde huis aan de Pieter de Hoochstraat. De lening kon geleidelijk met schilderijen afbetaald worden. Het atelier van Gorter was op de zolderverdieping, dat van Hesselink juist op de voor de beeldhouwwerken op de begane grond. Jacques Goudstikker heeft na het vertrek van Hesselink nog een paar jaar in dit huis gewoond.
OP REIS
Er werden vele uitstapjes gemaakt naar vrienden in Brussel, met name de familie André en Hélène Brassine (‘de Brusselaars’)0122 en 0123. André was aannemer van openbare werken, architect, restaurateur, wethouder en gemeenteraadslid.
Joseph’s 50ste verjaardag in 1909 werd met hen gevierd in Hotel Metropôle in Brussel.
In 1910 gingen Mietje en Joseph met de heer en mevrouw Van den Hurk in hun eigen auto met chauffeur een maand lang naar Duitsland, waar een verslag van bewaard is gebleven0037.
In Berlijn ontmoetten zij andere vrienden, de landschapsschilder Arnold Gorter en zijn vrouw Fieke.
En er waren reizen naar Praag0038 en 00381, Wenen, Parijs, London (Hotel Cecil), Montenegro (zie nevenfuncties) en Keulen, waar dochter Em met echtgenoot Paul Sitt in 1911 woonden0040.

0038. J.P. Nord Thomson voor zijn Darracq, met reiskoffer, juli 1910, archief Van den Bosch

00381. J.P. Nord Thomson met chauffeur en zijn familie in de Clément-Bayard, 1905, archief Van den Bosch
In juni 1913 vond in Gent de Internationale Tentoonstelling van Handel. Nijverheid en Kunst ‘1913’ plaats. Joseph was aanwezig bij de opening en het openingsdiner.
In juli 1913 vond een diner plaats ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling: L’Exposition Universelle et Internationale de Gand in de foyer van Grand Theater van Gent.
DE AUTO’S
Op een foto uit 1905 is de Clément-Bayard te zien met Nelly en chauffeur Johan voorin tijdens het bloemcorso in het Vondelpark met nummerbord G 13800381. Er waren nog weinig auto’s in die tijd. De auto werd vooral gebruikt voor tochtjes en reizen. Wel gingen Joseph en Mietje met de auto naar de Stadsschouwburg. Daar kregen rijtuigen een nummer. De koetsiers riepen die nummers af naar de hal, zodat men wist dan hun rijtuig klaar voor vertrek stond. Voor zo’n enkele auto als die van Joseph en Mietje was geen nummer nodig, dan werd afgeroepen: DE AUTO is er.
Alle autoritjes van 1905-1913 werden bijgehouden in het boekje Motor Trips0175.
De eerste rit met deze auto was naar Parijs van 2-10 juli, en in september ging de familie weer naar Parijs. Er werd gereden naar Zandvoort, Scheveningen, Beverwijk, Wijk aan Zee, Haarlem, Utrecht, Gorkum (waar Gustaaf op het gymnasium zat) etc. Verder ook tochten naar Duitsland en België, zoals Brussel en Waterloo.

0037. Het boekje “Motor Trips”, archief Van den Bosch
Op warme zomeravonden ging men na het diner naar ‘t Oude Kalfje00371 en 00372 (nu Restaurant Klein Kalfje) aan de Amsteldijk te Amsterdam.
De vrouwen droegen over hun kleding stofjassen en hoeden met sluiers van diverse kleuren, en de mannen ook stofjassen en stofbrillen voor de ogen. De motor van de auto werd nog met een slinger gestart. Paarden van boerenwagens werden regelmatig schichtig van de auto. Chauffeur Johan stopte dan de auto en hielp de boze boer de wagen langs de auto te krijgen. Op zondagen konden de boeren ook boos worden omdat men dan ter kerke ging. Men vond autorijden ongepast en bovendien kwamen zij in hun zondagse kleding in een stofwolk van de auto terecht.

00371. Café ‘t Oude Kalfje, Amsteldijk 354, Collectie Stadsarchief Amsterdam, OSIM00004001142

00372. Het met bezoekers gevulde, overvolle terras van Café ‘t Oude Kalfje op een zonnige zomerdag, gezien in zuidelijke richting., Eilers, Bernard F. (1878-1951), Collectie Bernard F. Eilers, Collectie Stadsarchief Amsterdam, 010186000530
De wegen waren nog van slechte kwaliteit met veelvuldige klapbanden als gevolg. Als de Brassine’s met twee auto’s uit Brussel kwamen werden er mooie tochten gemaakt, de stoet van drie auto’s achter elkaar trok toentertijd veel aandacht, want files bestonden nog niet. En uitstapjes op zondag langs de Vecht naar broer Jules die daar in garnizoen lag. Of naar Zandvoort (waar men toen nog in klederdracht liep) pootjebaden en daarna winkelen in de Zeestraat. Na het pootjebaden kwam er een badvrouw met een teiltje water om de voeten zandvrij te maken.
Een uitstapje naar Scheveningen vond Nelly minder leuk omdat er alleen met de auto heen en weer werd gereden over de boulevard en daarna aan die boulevard wat werd gedronken bij Hotel d’Orange0177.

0177. Hotel d’Orange, Scheveningen, ca. 1900, Collectie Stadsarchief Amsterdam, ANWG00186000001
Een enkele keer reed Joseph zelf. Totaal werd dit eerste jaar 1905 heel wat mijlen afgelegd: 4956. In 1906 vond er een botsing met een tram plaats.
In 1909 werd de Darracq met hetzelfde nummerbord aangeschaft, in dat jaar werd er 14044 mijlen afgelegd. Tochtjes werden veelvuldig gemaakt met de kinderen, met schoonfamilie uit Duitsland, schoonfamilie Goudsmit, het gezin van broer Jules, de Brusselaars, familie Gorter, familie Maris, familie Merens (bevriend consul), familie Tilanus, familie De Boer, familie Nuñes.
Op 20 juli 1909 was er een tochtje naar Amersfoort en Apeldoorn met de schilders Simon Maris, Martin Monnickendam, Marinus van Raalte en Isaac Israëls.
In 1910 werd ook een 4 daagse reis gemaakt naar Zeeland met de Automobiel Club.
MENUKAARTEN
Amstel Hotel
Op 27 maart 1912 dineerde het Corps Consulair in het Amstel Hotel. De menukaart deed ook dienst als stadspromotie voor winkels, kunsthandelaren, speciaalzaken, de dienstregeling van de trein Amsterdam-Londen (dagelijks, dag- en nachttreinen) etc.0126 en 0127
Op 7 juni 1913 boden de president van het Comité ‘Ambulance Montenegro’ en de consul-generaal van Montenegro de heer H. Mendes da Costa een diner aan in het Amstel Hotel01271, 01272 en 017222. Joseph was secretaris van dit Comité. Het diner was ter ere van de terugkeer van Dr. Koppeschaar en zijn team uit het Balkan-oorlogsgebied in Montenegro01273. Koppeschaar was als leider uitgezonden door het Nederlandse Rode Kruis. Hij vertrok met de ambulance vanuit Amsterdam. De verbandmiddelen gingen per trein. Bij aankomst werd Koppeschaar dringend verzocht om de chirurgische dienst aldaar over te nemen. Hij had direct al vijftig gewonden te behandelen. Bij terugkeer op het Weesperpoortstation op 26 april 1913 werd Koppeschaar, zijn vrouw en het team opgewacht door een grote delegatie, waaronder Joseph0154.


017222. Uitnodiging voor diner bij het Amstel-Hotel, Amsterdam, archief Van den Bosch
01721. Menukaart voor diner bij het Amstel-Hotel, Amsterdam, archief Van den Bosch

01722. Het Amstel Hotel, Collectie Stadsarchief Amsterdam, OSIM00004000657

01723. Medisch, “Oorlog, leger, marine, luchtmacht”, Cultuur, Collectie Het Leven (LEVEN 022), Eerste Balkanoorlog. De Nederlandse ambulance/medische hulpdienst met doktoren en verplegend personeel aan het werk in Montenegro. Eerste rij in het midden: dr. H. Koppeschaar; rechts van hem, op de hoek: mvr. dr. H.H. Koppeschaar-v.d. Ven Saveur; 2e rij in het midden: dr. J.W. Oosterhuis; rechts van hem, op de hoek: dr. Ing. I. Oljenick uit Amsterdam. Verder Russische en Engelse (Britse) zusters/verpleegsters. Tweede rij links, op de hoek: de eerste patiënt van dr. Koppeschaar, een Montenegrijn., 1913, Fotograaf Onbekend, Spaarnestad Photo (05887), 7.000SPABB, 135415

0154. Medisch, “Oorlog, leger, marine, luchtmacht”, Cultuur, Collectie Het Leven (LEVEN 022), Eerste Balkanoorlog. Na het verlenen van medische hulp tijdens de Eerste Balkanoorlog keren de artsen Dr. Koppeschaar (met armband) en zijn echtgenote dr. Koppeschaar-van der Ven Sauveur met de Nederlandse ambulance/medische hulptroepen terug in Nederland. Amsterdam, vierde persoon van links (voorste rij) is J.P. Nord Thomson, Weesperpoortstation, 26 april 1913., 01-01-1913, Hofker, C.J. (Kees), archief Van den Bosch.
Op 27 maart 1920 boden de heer en mevrouw Bergendahl een diner aan in het Amstel Hotel, waar o.a. de Familie Slagmulder bij aanwezig was.
American Hotel0069 en 00691
In ca 1912 waren Joseph en Mietje in het American Hotel ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van toneelspeler Willem Royaards0047. Ook aanwezig waren toneelspeelster Theo Mann-Bouwmeester, de schilders Marinus van Raalte en Martin Monnickendam. Mietje zit op de foto rechts vooraan als tweede.

0069. Leidseplein 28-30, American Hotel, Collectie Atelier J. Merkelbach, MBCH00001000264

00691. Menukaart voor diner bij het American Hotel, Amsterdam, archief Van den Bosch

0047. Diner ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van W. Royaards, Archief Marinus van Raalte, Drents Museum, Assen
Op 15 april 1914 dineren Joseph en Mietje in het American Hotel met Rud Grün en zijn vrouw. Grün was arts op Java. Joseph ging hem tijdens zijn Indië-reis samen met dochter Jo bezoeken.
In 1917 werd hier een diner gegeven t.g.v. de 70ste verjaardag van kunstcriticus J.H. Rössing0049.
Joseph staat op de foto rechts achterin boven iedereen uit.

0049. Groepsportret bij het feest ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van journalist J.H. Rössing in het American Hotel, Leidsekade 97, Amsterdam, 28 januari 1917, American Hotel, Collectie Stadsarchief Amsterdam, ANWM00170000001
Ambtswoning Burgemeester Röell
Op 19 maart 1912 was het Corps Consulair door de burgemeester, mr. dr. Antonie baron Röell, uitgenodigd in de ambtswoning op de Herengracht 50200000 en 000001.
De tafelschikking is bewaard gebleven. De naam Churchill komt erop voor, maar dit betrof de Britse vice-consul te Amsterdam, William Algernon Churchill (niet de beroemde Sir Winston Leonard Spencer Churchill).
Er was slechts één vrouw bij dit diner aanwezig, de vrouw van de burgemeester, Anna Adriana barones de Vos van Steenwijk.

00000. Uitnodiging “Corps Consulair” door Consul-generaal van Perzië, J.P. Nord Thomson, bij burgemeester mr. dr. Antonie baron Röell, diner op 19 maart 1912—19:00 uur. geschreven op 6 maart 1912 te Amsterdam. archief Van den Bosch.

000001. Menu “Corps Consulair” van het diner op 19 maart 1912, 19:00 uur, te Amsterdam bij burgemeester mr. dr. Antonie baron Röell. archief Van den Bosch.
Hotel De L’Europe000002
Ter ere van welke gelegenheid er op 16 oktober 1916 in Hotel De L’Europe werd gedineerd is niet bekend.
Op 22 december 1934 werd de 21ste verjaardag van de dochter van Em, Ellen hier gevierd. Een licht diner (Diner Léger) met 6 gangen kostte ƒ 3,75 en een diner (Grand Diner) ƒ 5,– met 8 gangen.

000002. Menu voor diner 21ste verjaardag van Ellen, 22 december 1934, Amsterdam, archief Van den Bosch.
Maison Couturier
Aan de Keizersgracht 674, in het linker van de tweelinghuizen Van Raey (het rechter is het Museum van Loon) zwaaide Johannes Jacobus de scepter, een zeer gerenommeerde plek voor recepties en diners0151 en 01512.
Het huwelijk van Em en Paul Sitt op 12 september 1911 werd hier tot 3 uur ’s nachts gevierd01513, 01514 en 01515.

0151. Keizersgracht 674, Op deze locatie was het zalencentrum Maison Couturier gevestigd, waar onder andere de stad Amsterdam haar recepties hield. In 1928 werd het bij gebrek aan een opvolger gesloten., Fotopersbureau Holland, Archief van het Dagblad Het Vrije Volk en rechtsvoorganger: foto's, 1920 t/m 1987, Collectie Stadsarchief Amsterdam, HVVA00217000083.

01512. Keizersgracht ter hoogte van nr. 674, Gezien in westelijke richting. Nr. 674 Maison Couturier, Boek-, Kantoor- en Papierhandel J. Vlieger, 1907 ca., Collectie Stadsarchief Amsterdam, OSIM00001002897.



01513, 01514 en 01515. Menukaarten en uitnodigingen voor evenementen bij Maison Couturier, Amsterdam, Keizersgracht 674, Amsterdam, archief Van den Bosch.
Het Corps Consulaire vergaderde en dineerde hier op 21 november 1911.
Op 22 november 1913 werden leden van het dagelijks bestuur van de Nederlandse afdeling op de Wereldtentoonstelling01516 in Gent uitgenodigd voor een diner te Maison Couturier.

01516. Ere-maaltijd voor den leden van het Dagelijksch Bestuur der Nederlandsche Afdeeling op de Wereldtentoonstelling, Gent, 1913 – op 22 november 1913 te Maison Couturier, archief Van den Bosch.
Arti et Amicitiæ0070
Joseph was op een diner in 191500481, in rokkostuum, en te kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiæ samen met kunstenaars als Arnold Gorter (tevens vice-voorzitter van Arti), Marinus van Raalte (ook bestuur Arti), Bartele (Bart) Peizel, Jan Sluijters, Samuel (Mommie) Schwarz en verzamelaars.

00481. Diner te Maatschappij Arti et Amicitiæ, v.l.r.: heren Nord Thomson, Gorter, Kroon, Krop, Sluijters, Glerum, Maris, Schwarz, Van Dam, Peizel, Hesseling, Van Raalte en Prins, Archief Marinus Julius van Raalte, Drents Museum, Assen.
Huize Zomerdijk Bussink0071
Het pand aan de Herengracht 286 had verschillende zalen en was ingericht in de Empire-stijl. Eigenaar was pastei- en banketbakker Jacobus Zomerdijk Bussink.
In 1911 bood de burgemeester Röell het Corps Consulaire een diner aan en ook op 17 mei 191300711, 00712 en 00713.

0071. Herengracht 284-286 (v.r.n.l.). Op nummer 284 het Lichtbeelden Instituut, Huize Zomerdijk Bussink, Lichtbeelden Instituut Amsterdam, Archief van het Bureau Monumentenzorg: glasnegatieven en negatiefloze foto's, 1940 ca., Collectie Stadsarchief Amsterdam, 012000006584.



00711, 00712 en 00713. Menukaarten en uitnodigingen te Huize Zomerdijk Bussink, Herengracht 286 te Amsterdam, archief Van den Bosch.
Een foto van een diner ca. 1918 met Joseph pontificaal vooraan, zit in het midden een onbekende man, rechts van hem Joseph en links Simon Maris0050. Deze onbekende man staat ook op een dinerfoto ten huize van Zomerdijk Bussink en is hier ook het middelpunt met zijn vrouw op schoot. Deze foto is in het bezit is van het Rijksmuseum ca. 1919, waar overigens de hele familie Nord Thomson bij aanwezig was0000, en Joseph met zijn speech in de handen staat.
Het huis Zomerdijk Bussink bestaat niet meer. Vanaf 1921 kwam daar de Deli-Batavia Maatschappij en Rubber Maatschappij, gebouwd door de gebroeders Van Gendt voor de koloniale tabaksmaatschappij.

0050. Diner te Zomerdijk Bussink, met J.P. Nord Thomson in het midden, archief Van den Bosch.

0000. Groepsportret tijdens een diner in Huize Zomerdijk Bussink, auteur: Nicolaas Schuitvlot, aanwezig: Gerrit Heinrich Kroon, Simon Maris, Jacobus Slagmulder, Catharina Geertruida Maria van Gent, Mietje Nord Thomson-Goudsmit, Joseph Nord Thomson, Emilie Nord Thomson, Gustaaf Henri Eugène Nord Thomson, Nelly Harriet van den Bosch-Nord Thomson, Johannes van den Bosch, daglichtcollodiumzilverdruk, foto: 218 mm x 286 mm, RP-F-F03658, Rijksmuseum, Amsterdam
Het Staetshuys0155 en 01551
In het Staetshuys op de Herengracht 460 woonde Dr. C.B. Tilanus. Op 12 november 1913 vond hier op zijn uitnodiging een diner plaats ter gelegenheid van het Balkan Comité voor het Rode Kruis.
Vanaf 1996 is het huis bewoond door Jan Meulendijks en Bart Schuil, spelletjesmagnaten.

0155. Herengracht 460, het Staetshuys, Collectie Stadsarchief Amsterdam, OSIM00002004985.

01551. Uitnodiging diner ter gelegenheid van het Balkan Comité voor het Rode Kruis, het Staetshuys, archief Van den Bosch.
Het Scheepvaarthuis00530
Op een diner was Joseph aanwezig in het voormalige Scheepvaarthuis omstreeks 1921, nu het Amrâth Hotel, met voorzitters van kunstenaarsverenigingen St. Lucas??, De Onafhankelijken en Arti et Amiciticæ0053

0053. Diner in het Scheepsvaarthuys omstreeks 1921, archief Van den Bosch.

00530. Het Amrâth Hotel, voorheen het Scheepsvaarthuys, juli 1953, Collectie Stadsarchief Amsterdam, 010009004217.
Slagmulder’s huis0156
Jacobus en Catharina Slagmulder-van Gent woonden op de Keizersgracht 584. Voor de kunstenaars en verzamelaars van Kunsthandel Buffa vonden hier grote diners plaats. Ook hun huwelijksjubilea werden hier groots gevierd.
15 juli 1913 zijn bijvoorbeeld schilder Arnold Gorter en beeldhouwer Abraham Hesselink aanwezig.
14 februari 1917 waren Isaac Israëls en Arnold Gorter aanwezig.
Vanaf 1988 was dit het woonhuis van Elise Wessels van het door haar opgerichte Japanse Prentenmuseum op nummer 58601561, 01562 en 01563.

00561. Menu van diner bij de familie Slagmulder-van Gent, 15 juli 1913, archief Van den Bosch.

00562. Gedenkboekje van het Zilveren Bruiloftsfeest van den heer en mevrouw J. Slagmulder-van Gent, 1 mei 1915, archief Van den Bosch.

00563. Menu van diner bij de familie Slagmulder-van Gent, 14 februari 1917, archief Van den Bosch.
Diners thuis in de Van Eeghenstraat00567
Er werden volop diners thuis in de Van Eeghenstraat georganiseerd. De catering kwam dan b.v. van Trianon. Dit café-restaurant was ondergebracht in het vernieuwde modehuis Hirsch & Cie.00564 aan het Leidseplein, dat in 1912 heropende (nu is daar de Apple Store). Trianon werd geëxploiteerd door de wijnkopers Ferwerda en Tieman en zij introduceerden een nieuwe attractie voor de dames van de betere stand: iedere middag een thé dansant.
Bij familiediners werd er na afloop gesjoelbakt, en Opi had als prijs enveloppen met geld.

00564. Leidseplein, In zuidelijke richting gezien, met links het Kleine-Gartmanplantsoen en het gebouw van Hirsch en Cie. Rechts een gedeelte van de Stadsschouwburg., Collectie Stadsarchief Amsterdam, OSIM00003004846.
De keuken
De japonnen van de dames Nord Thomson werden bij Hirsch & Cie. gekocht, en zoals uit correspondentie blijkt ook opgestuurd naar de kostschool van de meisjes in Zwitserland.
In het Hirsch gebouw bevond zich fotostudio Merkelbach, een foto van Nelly op 18-jarige leeftijd en een foto met haar kinderen Mary (Mischa) en Jan zijn bewaard gebleven00565 en 00566. Een foto van Nelly uit Studio Merkelbach is gebruikt als omslag voor het boek Het Grote Zwijgen van Erik Menkveld.


00565. Nelly Harriët Nord Thomson, Atelier J. Merkelbach, Collectie Atelier J. Merkelbach, Collectie Stadsarchief Amsterdam, 010164000209.
00566. Nelly, Jan en Mary, 1923, Atelier J. Merkelbach, Collectie Atelier J. Merkelbach, Collectie Stadsarchief Amsterdam, 010164006406.
De diners zelf
Opvallend zijn het grote aantal gerechten op de menukaarten00568, 00569, 005610, 005611, 005612, 005613, 005614, 005615, 005616, 005617 en 005618. Alle gerechten werden vermoedelijk in een keer op tafel geserveerd, service À La France geheten. Service À La Russe, waarbij er in gangen wordt opgediend, komt later meer in zwang.

00567. Van Eeghenstraat 72, Amsterdam, archief Van den Bosch.



00568, 00569 en 005610. Menukaarten voor diners bij de familie Nord Thomson,
Van Eeghenstraat 72, Amsterdam, archief Van den Bosch.

005611. Menukaart voor diner bij de familie Nord Thomson, Van Eeghenstraat 72, Amsterdam, archief Van den Bosch.



005612, 005613 en 005614. Menukaarten voor diners
bij de Van Eeghenstraat 72, Amsterdam, archief Van den Bosch.

005615. Menukaart voor diner
bij de familie Nord Thomson,
Van Eeghenstraat 72, Amsterdam, archief Van den Bosch.

005616. Menukaart voor diner bij de familie Nord Thomson,
Van Eeghenstraat 72, Amsterdam, archief Van den Bosch.

005617. Menukaart voor diner bij de familie Nord Thomson,
Van Eeghenstraat 72, Amsterdam, archief Van den Bosch.

005617. Menukaart voor diner bij de familie Nord Thomson met tekening van Simon W. Maris, Van Eeghenstraat 72, Amsterdam, archief Van den Bosch.